eindconclusie

bron: verzwegenwetenschap.nl

0
169

We kijken in vogelvlucht wat er binnen de wild gepropagandeerde theorie van evolutie gebaseerd is op feit, en wat er fictie is. Ik houd het zeer beknopt, maar verwijs naar de voorgaande hoofdstukken, waarin alles uitgelegd werd.

Wat zijn de feiten?

ER IS VARIATIE, MAAR GEEN OPGAANDE ONTWIKKELING (H1)

Darwin ontdekte dat er variatie was tussen diersoorten. In zijn tijd was dat revolutionair, omdat men altijd veronderstelde dat diersoorten statisch waren en nooit veranderden. Wat Darwin echter niet opviel, is dat deze variatie zich altijd afspeelt binnen de vastomlijnde grenzen van de grondsoort, en dat ze altijd terug te voeren is op genetisch verval – de bestaande erfelijke informatie wordt aangetast of gerecombineerd.
Darwin wist niets van genetica, omdat daarover in zijn tijd nog uberhaupt niets bekend was. Hij kon daarom in evolutie geloven. Mendel toonde echter aan dat er genetisch gezien nooit nieuwe intelligentie bijkomt. Dochtersoorten zijn altijd genetisch armer dan de moedersoorten. Een opgaande lijn van steeds betere ontwikkeling is een mythe, want ze kan genetisch gezien niet. Echter, de generaties na Darwin waren zó enhtousiast dat zij deze gebreken aanzagen voor ‘nog op te lossen problemen’ en de theorie massaal zijn gaan propaganderen. Tot op vandaag ontbreken de verklaringen – de moderne staat van genetica en moleculaire veranderingen heeft het darwinisme alleen maar meer ontkracht.
Darwin had deels gelijk: er is variatie. Maar die variatie bestaat enkel binnen de grondtypen. Alle hedendaagse organismen zijn in te delen in een grondsoort en zijn terug te leiden naar een oersoort die genetisch beter, rijker en sterker was. Er is dus geen evolutie, maar degeneratie. Variatie gaat precies de andere kant op.

MUTATIES VOORZIEN NIET IN EEN MECHANISME VOOR EVOLUTIE (H1)

Evolutionisten hebben mutaties aangegrepen als mechanisme voor evolutie. Mutaties zijn echter dna-verwarringen of aantastingen die in 99% van de gevallen schadelijk zijn, en in 1% neutraal. Nog nooit heeft een mutatie voor nieuwe intelligentie of informatie voorzien. Mutaties kunnen nooit voor intelligente systemen zorgen. Vandaar dat alle bestaande variatie valt onder de noemer van genetisch verval.
Daar komt bij dat in minimaal 67% van de genen van zoogdieren helemaal geen variatie voor kan komen. Ookal zouden mutaties dus tot van alles en nog wat in staat zijn, dan nog kunnen ze het ene organisme niet ‘ombouwen’ tot een volkomen andere. Ze hebben enkel toegang tot 33% van het organisme.

MACRO-EVOLUTIE IS EEN GENETISCHE ONMOGELIJKHEID (H1)

Micro-evolutie is bewezen en aangetoond. Macro-evolutie bestaat niet en is nog nooit aangetoond. Ze is genetisch niet mogelijk, want ze vereist een volledige deletie van alle genen en een volkomen herprogrammering van nieuwe informatie. Mutaties kunnen in zoiets niet voorzien. De feiten zijn dan ook dat alle variatie die ooit is aangetoond in te delen is onder micro-evolutie. En zelfs in de aardlagen ontbreekt elk spoor van macro-evolutie. Macro-evolutie wordt alleen onderwezen omdat ze essentieel is voor geloof in evolutie.

DE VERWARRING ROND DE TERM EVOLUTIE

Veel misverstanden zitten hem in de verschillende opvattingen rond de term ‘evolutie’. Soms wordt de term ‘evolutie’ toegepast op iedere vorm van variatie, terwijl er heel veel verschil is tussen de soorten variatie. Veel evolutionisten wijzen op hondersoorten die veranderen of dieren die doorgefokt worden en zeggen dan dat ‘we tegenwoordig evolutie waarnemen’. Eigenlijk zijn de termen micro-evolutie, macro-evolutie en genetische verarming zo door elkaar heen gaan lopen dat iedereen langs elkaar heenpraat. Echter, deze drie zaken zijn volkomen verschillend aan elkaar en het onderscheid hiertussen is enorm belangrijk:

A: Micro-evolutie is variatie op kleine schaal. Je zou kunnen spreken van evolutie binnen een soort. Ze ontstaat doordat er vanuit een grondsoort een ondersoort ontstaat, met een stukje van het oorspronkelijke dna (en hier werkt ook vaak genetische verarming en aantasting aan mee, en recombinatie van de genen). De ‘aangepaste’ soort is altijd opgebouwd uit het DNA van de moedersoort (ook de recessieve genen) en bevat nooit nieuwe informatie. De verandering wordt onoverkomelijk begrensd door de grenzen van de grondsoort (genus). Micro-evolutie komt veelvuldig voor – praktisch alle variatie op aarde en in de aardlagen zijn voorbeelden van micro-evolutie. Micro-evolutie kun je het best variatie noemen.
Voorbeeld: Je hebt tekkels, Sint-Bernhards, herders en pekineesjes, die zijn ontstaan vanuit het grondtype hond door recombinatie en stamvadereffect.

B: Macro-evolutie is een onderdeel van de evolutiehypothese. Met macro-evolutie wordt het aanpassen van de ene grondsoort in de andere grondsoort bedoeld – buiten de grenzen van het dna dus. Macro-evolutie omvat altijd verandering die nieuwe informatie oplevert (simpel-tot-complex), iets wat tot op heden een genetische onmogelijkheid is. Macro-evolutie is nog nooit gesignaleerd of bewezen, ze is echter essentieel voor geloof in evolutie. Macro-evolutie is nadrukkelijk géén grotere versie van micro-evolutie. Micro-evolutie gaat om het toevalsgewijs aanpassen of verwarren van bestaande genen (en dus genetische verarming); macro-evolutie gaat om het toevalsgewijs creëren van nieuwe intelligentie en nieuwe genen. Als mensen zeggen dat evolutie niet mogelijk is, doelen zij op macro-evolutie, nooit op micro-evolutie. Macro-evolutie kun je tot evolutie afkorten.
Voorbeeld: vanuit de reptiel ontstond een vogel.

C: Genetische verarming betekent dat het dna van een organisme door mutaties of recombinatie door stamvadereffect wordt verarmd. Een mutatie (in 99% van de gevallen schadelijk) kan bijvoorbeeld zorgen voor verwijdering of verwarring in de genen. Genetische verarming is in feite een voorbeeld van micro-evolutie (variatie), niet van macro-evolutie.
Voorbeeld: vanuit de wolf (genetisch rijk) ontstonden vossen, coyote’s en honden (genetisch armer), waarvan de hond weer verder degenereerde tot de huidige hondensoorten (zoals de tekkel, genetisch zeer arm).

Het onderscheid is immens belangrijk omdat we het (genetisch gezien) over twee totaal verschillende zaken hebben. Maar het onderscheid is vooral belangrijk vanwege de volgen de reden: de voorbeelden van evolutie die evolutionisten aanhalen blijken altijd te gaan om micro-evolutie, wat gewoon een feit is en niets met opgaande ontwikkeling te maken heeft. En wanneer evolutionisten het wel echt over macro-evolutie (opgaande, steeds complexer wordende ontwikkeling) hebben, blijkt het altijd om hypothese te gaan en niet gefundeerd op feiten te zijn. Controleer het zelf maar!

Evolutie (in de zin van: variatie binnen grondtypen) bestaat wel. De term evolutie is alleen niet helemaal correct, omdat ze een opgaande ontwikkeling suggereert.
Evolutie (in de zin van: een opgaande ontwikkeling van de ene grondsoort naar de andere) bestaat niet.

ER IS NATUURLIJKE SELECTIE, MAAR DIE WERKT MET BESTAANDE GENETISCHE INFORMATIE (H1)

Diersoorten worden ten dele gevormd door een mechanisme van natuurlijke selectie. Dit betekent echter nadrukkelijk niet dat organismen aanpassen aan de omstandigheden. Natuurlijke selectie werkt alleen via genetische informatie die al aanwezig is in het grondtype. Organismen die slechter zijn aangepast een een bepaald klimaat sterven uit, de rest blijft. De bacteriën die een intact resistentiegen hebben tegen een specifieke antibiotica blijven leven terwijl de rest uitsterft. De marmotten op bomen die het sterkst opvallen sterven uit, de meest onopvallende soort blijft leven. Natuurlijke selectie zorgt nooit voor nieuwe informatie, maar zorgt er enkel voor dat de organismen die een eigenschap missen om te overleven uitsterft en dat organismen die een eigenschap heeft die uitkomst biedt blijft leven. Enaltijd vindt de variatie plaats binnen de grenzen van de grondsoort.

ER IS EEN STAMBOOM VAN LEVEN, VAN GRONDSOORT TOT GEDEGENEERDE SOORT (H1)

Er was ooit een ‘oer-wolf’ waaruit de wolven, coyote’s, vossen, dingo’s en honden zijn ontstaan. Uit de hond zijn alle bekende hondensoorten ontstaan. Maar in al deze gevallen is het een verlies van informatie omdat de soort erfelijk aangetast werd. De wolf, die genetisch rijk en sterk was, is vervallen en gedeformeerd tot een tekkel – vol erfelijke ziekten en afwijkingen. Precies andersom dan de simpel-tot-complex evolutie die Darwin veronderstelde.

OVERGANGSMODELLEN BESTAAN NIET (H2)

In de aardlagen heeft men de afgelopen 150 jaar alleen grondsoorten gevonden, de schakels daartussen ontbreken. De fossielen tonen stasis en plotseling verschijnen, precies zoals darwinisme niet veronderstelt. De miljoenen overgangsmodellen die de theorie van Darwin vereist zijn nooit gevonden. Praktisch alle organismen die in de media zijn gebracht als schakel tussen grondsoorten bleken dat later niet te zijn. Van de 12 zogenaamde aapmensen die in de media zijn gebracht zijn er 9 volkomen ontkracht en verworpen – het bleken apen, mensen of een mengelmoesje van botten (of vervalsingen). De drie nog populaire aapmensen zijn alledrie door prominente wetenschappers verworpen en hebben alle bewijzen tegen zich.

Bekende evolutionistische stokpaardjes zoals de Archaeopteryx, de paardenevolutie of de walvisevolutie zijn ontkracht, hoewel ze nog vaak in schoolboeken vermeld worden.
Als evolutie waar zou zijn, zouden de aardlagen letterlijk vol moeten liggen met tussenvormen. Men heeft er echter nog nooit één gevonden, wat ervoor gezorgd heeft dat evolutionisten als Gould theorieën hebben ontwikkeld zoals ‘sprongsgewijze evolutie’.

EVOLUTIE GAAT IN TEGEN NATUURWETTEN (H3)

Evolutie is geaccepteerd omdat de darwinisten de theorie klakkeloos aannamen zonder werkelijk steekhoudend onderzoek te doen. De werkelijkheid is, dat de evolutietheorie ingaat tegen een aantal zeer basale en breed geaccepteerde natuurwetten. Evolutie is niet in lijn met de eerste hoofdwet van thermodynamica; evolutie staat hááks op de tweede hoofdwet van thermodynamia; evolutie is onverenigbaar met de intelligentie- en informatiewet en heeft is volkomen nutteloos in de interpretatie van andere wetenschappelijke vlakken.

DATERINGMETHODES ZIJN CIRKELREDENERINGEN (H5)

Evolutionisten doen het vaak voorkomen alsof de bekende dateringsmethodes bewijzen dat fossielen, diersoorten, rotsen of gesteentes miljoenen jaren oud zijn. Echter, alle door mensen ontwikkelde dateringsmethodes zijn gebaseerd op onbewezen aannames over het verleden. Voor alle methodes worden diagrammen, indelingen en rekenmethodes gebruikt die bepaalde input nodig hebben, die naar evolutionistische vooronderstellingen zijn ingevuld. Dit maakt de dateringen een tautologie oftewel cirkelredenering.

AARDLAGEN HEBBEN GEEN MILJOENEN JAREN NODIG OM TE ONTSTAAN (H4)

Praktijkvoorbeelden uit het heden laten zien dat aardlaagstructuren als de Grand Canyon in slechts enkele dagen kunnen ontstaan in plaats van de miljoenen jaren die evolutionisten eraan gekoppeld heeft. De aardlagen op de aarde zijn ook werkelijk in meer dan de helft van de gevallen ontstaan door water (sediment). Praktisch alle processen waaraan een lange tijdsduur gekoppeld wordt kunnen bewijsbaar in snelle tijd ontstaan. Fossillatie is zelfs onmogelijk als het organisme niet onmiddellijk door sediment wordt bedolven, en is zeker geen algemeen proces. Dat we fossielen vinden in alle uithoeken op aarde is een indicatie dat de aardlagen zijn ontstaan door een gigantische vloed. Evenals de fossielen van waterdieren en schelpen op de toppen van de Andes en de Himalaya. En de massagraven van gefossileerde dieren uit verschillende klimaten.

EENCELLIGEN ZIJN AL ONBEGRIJPELIJK COMPLEX

Darwin kon denken dat een eencellig organisme uit het niets kon ontstaan omdat men toen niet wist hoe de levede cel in elkaar zat. Waar men in de 19 e eeuw dacht dat een cel ‘slechts een simpel klompje’ was, weet men nu hoe intens complex alles werkt. Er vinden buitengewoon ingewikkelde processen plaats in de levende cel. Alleen al de zweephaar van een eencellige is zo buitengewoon complex van ontwerp dat we het praktisch niet kunnen begrijpen. De kans dat een simpel eiwit met honderd aminozuren vanzelf ontstaat (en dat is wat evolutionisme beweert), is 1 staat tot een getal met 130 nullen . Deze kans is zo ontzettend kosmisch klein dat wij het niet kunnen begrijpen. En dan bestaat het simpelse organisme op aarde nog uit 200.000 van zulke eiwitten.

En dan hebben we nog geen woord gesproken over alle onbegrijpelijke complexiteit van bomen, planten, vogelveren, hersenen, spijsverteringskanalen, zenuwbanen…. enzovoorts. De complexiteit van leven toont dat er een ontwerper moet zijn geweest, of dat de evolutionist met zijn atheïstisch/materialistische filosofie nou bevalt of niet. Niet de Intelligent Design geleerden zijn subjectief, maar de evolutionisten, die de mogelijkheid dat er een intelligentie achter de schepping zit altijd uitsluiten.

OVEREENKOMSTEN IN BOUW ZIJN GEEN ARGUMENT (H1, H6)

De overeenkomsten in bouw tussen organismen zijn geen bewijs voor evolutie. Ze kunnen evengoed aangewend worden om te bewijzen dat er een gemeenschappelijk ontwerp in de schepping is. Bovendien zijn de overeenkomsten en verschillen verre van consequent. Organismen die een gemeenschappelijke voorouder zouden hebben hebben soms overeenkomsten, maar soms ook totáál niet. Organismen die géén gemeenschappelijke voorouder zouden hebben, hebben soms opeens wél absurd en onligische overeenkomsten. Een lijn is hierin niet te ontdekken. Het is maar net hoe de wetenschapper het wil interpreteren.

Evolutionisten weten op deze manier alles nar hun hand te zetten: De overeenkomsten in bouw van organismen die volgens evolutie een gemeenschappelijke voorouder hebben, worden aangehaald als bewijzen van evolutie. De (soms enorme) verschillen in bouw tussen de organismen die een gemeenschappelijke voorouder zouden hebben worden echter nooit geaccepteerd als tegenargument! De overeenkomsten in bouw van organismen die volgens evolutie niet uit elkaar voortkomen gelden ook niet als tegenbewijs, maar zijn opeens een bewijs van ‘convergente evolutie’ (een fenomeen wat de evolutionisten zelf verzonnen hebben om het ontbreken van logica te omzeilen). Iedere leek ziet dat dit puur een manier is van alles naar je hand zetten. Het is te gek voor worden dat mensen dit soort argumenten slikken.

VOORONDERSTELLING, NEGEREN VAN ONDERZOEKEN EN MANIPULATIE (H6)

Evolutionisme is zeer subjectief en interpreteert alles vanuit a) een atheïstisch en materialistisch denkraam, en b) een evolutionistische vooronderstelling. Hoewel de meest basale bewijzen ingaan tegen evolutie, doet men het voorkomen alsof evolutie bewezen is, en zelfs de enige wetenschappelijk aanvaardbare verklaring voor het leven. In werkelijkheid heeft evolutiewetenschap tientallen onderzoeken genegeerd, talloze vondsten verzwegen, vele skeletten en vondsten naar de hand gezet en manipulatief voorgesteld en op het moment dat dit aan het licht kwam níet gerectificeerd.
In de schoolboeken die middelbare scholieren lezen staan een aantal zaken die volkomen ontkracht zijn (zoals Archaeopteryx als overgangsmodel en Neanderthaler als aapmens), ernstig betwijfeld worden door prominente evolutionisten (de Homo Erectus en Lucy als aapmens), maar half waar zijn (de aanpassing van motten op bomen), gewoon niet waar zijn (het expiriment van Miller dat leven opwekte of de paardenevolutie), of volkomen vervalst zijn (de gelijkenis in embryonale ontwikkeling door Haeckler). Daarnaast wordt verzwegen dat 9 van de 12 aapmensen wél wild gepropagandeerd werden maar later vals bleken te zijn, dat het al in de 19 e eeuw bewezen is dat genetica geen macro-evolutie toelaat, dat mutaties geen evolutiemechanisme kunnen zijn, etc, etc etc. Dit noemt men manipulatie.

Daarnaast bezondigt het evolutionisme zich aan censuur, en negeert zij de wetenschappers die ook maar iets van het darwinisme in twijfel trekken. Dat is alles behalve objectief, en het duidt erop dat zij zélf beseffen hoe fragiel de hypothese is en hoe ernstig de tegenbewijzen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here