4. aardlagen, sedimenten en fossielen

bron: verzwegenwetenschap.nl

0
175

Toen de evolutietheorie populair werd draaide de geologische wetenschap zich 180 graden om. Van een jong-aarde geloof ging men massaal over naar een oud-aarde geloof. Van catastrofisme keerden veel wetenschappers zich tot actualisme en langzame geologie. Evolutie is alleen mogelijk als je miljoenen, zelfs miljarden jaren rekent als leeftijd van onze aarde. Voordat een eencellige een mens is geworden moeten er vele miljoenen jaren voorbijgegaan zijn. Vanuit dit perspectief is men ook de aardbodem gaan kijken: sinds Darwin wordt alles wat op aarde gevonden wordt geraamd in een model van miljoenen jaren. Volgens evolutionisten zijn aardlagen langzaam afgezette laagjes die representatief zijn voor tijdsperiodes. Later hebben zij ook rekenmodellen en diagrammen ontwikkeld waarmee zij de aardlagen in het evolutieschema kunnen dateren. Berglandschappen werden sinds Darwin ook geïnterpreteerd als zijnde langzaam ontwikkelende formaties die door eeuwenlange erosie hun vorm gekregen hebben. Maar ook hier moeten we ons afvragen wat feit is, en wat fictie is. Wat is bewezen? We nemen een kijkje in de geologie.

Bergformaties
Op scholen en in boeken wordt er bijna maar één methode beschreven waarop bergen en landschappen ontstaan: door miljoenen jaren erosie van wind en zand krijgen ze hun vorm. De gedachte dat de geologie op aarde is ontstaan door langzame, gedurende lange tijd werkzame krachten is gefundeerd op het gedachtegoed van Charles Lyell. Deze denkwijze noemt men actualisme, en is in feite de tegenhanger van catastrofisme – de stroming die de vorming van de geologie met name toeschrijft aan eenmalige catastrofale gebeurtenissen (die nu soms nog lichtelijk ‘nawerken’ . De evolutionistische wetenschap heeft duidelijk gekozen voor het actualisme, omdat zij miljoenen-jaren-denken nodig heeft, evenals het evolutieprincipe. Daarom wordt er in de schoolboeken enkel gerefereerd aan erosie en zulke langzame processen.
Wat er meestal niet bij wordt verteld is dat de meeste bergen op aarde helemaal niet door erosie tot stand gekomen zijn. Ze zijn grotendeels tot stand gekomen door vulkanische activiteit en door water .

Water!? Ja – water! Maar liefst 75% van de aardlagen op aarde is afgezet door waterstroom. Zulke gesteentes noemen we sediment of waterafzettingen. Op de toppen van het Andesgebergte en de Himalaya vinden we zelfs gefossileerde zeedieren en schelpen. De bovenste aardlaag die op de 8850 meter hoge Mount Everest ligt is zelfs sediment dat door water is afgezet, met schelpen en zeedieren! Je zult je misschien afvragen hoe het mogelijk is dat zulke gigantische bergketens ontstaan zijn door een watervloed. Het kan onmogelijk door regionale overstromingen gebeurd zijn. Het antwoord op dit mysterie is niet moeilijk te vinden als je een beetje bekend bent met volkshistorieën en oude geschften. Er is één gebeurtenis die wereldwijd door alle volken, van donker Afrika tot het oude Babylonië, van het vroege China tot aan de Azteken en Amerikaanse Indianen beschreven wordt: de zondvloed – een wereldwijde overstroming.

Veel moderne wetenschappers vinden het geloof in een wereldwijde vloed onwetenschappelijk. Dit heeft waarschijnlijk meer te maken met hun hekel aan religie, dan aan werkelijke objectieve vaststelling. Op aarde heeft men maar liefst meer dan 300 zondvloedverhalen teruggevonden onder alle landen en volken. Praktisch alle volken op aarde vertelden over een wereldwijde vloed, gezonden door God of goden, waaraan één familie ontkwam. Je kunt de geschiedenis vanuit historisch perspectief niet verwerpen. De gemeenschappelijke elementen in de volksverhalen zijn zo verbijsterend dat ze aantonen dat zij allemaal teruggrijpen naar een werkelijke gebeurtenis die onder het nageslacht diepe sporen heeft achtergelaten. Het gaat te ver hier te diep op in te gaan, maar het volstaat op dit moment met te verwijzen naar één van de meest complete databases van inheemse en oorspronkelijke vloedverhalen op aarde: Flood Stories from around the World.

FEIT: In schoolboeken wordt vaak gezegd dat bergen en aardlagen zijn ontstaan door miljoenen jaren geleidelijke ontwikkeling en erosie. Wat vaak niet verteld wordt is dat in werkelijkheid is vastgesteld dat 75% van de aardlagen op aarde is afgezet door water. Ook vulkanische werking speelt een rol. Bergformaties noch aardlagen hebben miljoenen jaren nodig om te ontstaan. Dat er werkelijk miljoenen jaren overheen gegaan zijn, is een aanname op evolutionistische basis. Het maakt namelijk evolutie aannemelijker.

FEIT: Praktisch alle culturen ter wereld beschrijven in hun eeuwenoude geschriften over een wereldwijde vloed die over de aarde gekomen is. Meer dan 300 zondvloedverhalen zijn door historici gedocumenteerd. Een wereldwijde vloedcatastrofe is een zeer aannemelijke verklaring voor wat we wereldwijd terugzien.

Creationisten wijzen meestal op de realiteit van deze zondvloedverhalen. Want of je nou de volksgeschiedenissen van de Maori en de Aborginials in Australië bekijkt of de oude verslagen van de vroegst bekende Chinezen, in hun culturen stond de zondvloed centraal in de geschiedenis. Significante details zijn dat zelfs de naam van de overlevende van de vloed sterk op elkaar lijkt in de verschillende culturen (Hebreeuws: Noah; Chinees: Nuwa; Oud-Scandinavisch: Noë; Indiaas: Manu). Al deze verslagen gaan overigens terug tot vér voor Christus, dus van beinvloeding door de bijbel is absoluut geen sprake.

Wat moet je je nu voorstellen bij zo’n enorme catastrofe? Allereerst gigantisch watergeweld, wat zorgt voor enorme verschuivingen, het neerleggen van enorme lagen sediment en de vorming van fossielen. Maar ook vulkaanuitbarstingen en tectonische werking zullen de catastrfale effecten verergerd hebben. De hele geologie van de aarde kan ontstaan zijn tijdens één zo’n vloed. Want we zien precies dezelfde resultaten als we kleinschalige overstromingen in het heden bekijken!

Evolutionisten verwerpen de gedachte van een wereldwijde vloed omdat zij niet in een jonge aarde kunnen en willen geloven. Toch zijn er vele landschappen op aarde die onbetwistbaar voortkomen uit een gigantisch vloedgeweld. Je moet wel je hoofd in het zand steken om dat niet te willen erkennen. Een wereldwijde overstroming is niet alleen zeer goed mogelijk, het is zelfs een antwoord op een breed scala aan problemen die we ondervinden bij het bestuderen van geologie. Geloven in een zondvloed heeft in eerste instantie ook niets te maken met een geloof, het is namelijk een feitelijk onderdeel van de wereldwijde geschiedenis. Er is niet één gebeurtenis die door alle volken met zulke fascinerende gelijkenissen verteld wordt als de zondvloed. Reden genoeg om er niet te makkelijk overheen te stappen.

Het is overigens goed vast te stellen of er een vloed geweest is of niet. Als er massa’s water op de aarde gevallen zijn met enorme kracht en de vloed is gestegen tot boven de hoogste bergen, dan moeten er op aarde enorm veel metersdikke afzettingen door water (sedimenten) te vinden zijn. Bovendien zouden vele dieren moeten vinden die in verschrikte houdingen versteend zijn, vervallen door vloedgolven en onder lagen modder bedekt. We zouden enorme bergpartijen moeten tegenkomen met watergolven en rimpels erin. We zouden op de meest rare plekken fossielen moeten vinden van zeedieren. En dat is dus precies wat we op aarde vinden.
Sterker nog; veel van de geologische overblijfselen op aarde zijn enkel te verklaren aan de hand van een grote vloed. Laten we eens kijken wat we op de hele aarde terugvinden.

Sedimenten: 75% van de aardlagen is gevormd door water
Sedimenten zijn, zoals we al zagen, afzettingen door water. Het zijn gesteentes die zijn ontstaan door waterstroom. Zulke gesteentes ontstaan alleen als er een gigantische druk op de modderstromen wordt uitgeoefend. Wanneer er massa’s modder onder elkaar bedolven worden door een grote watervloed of overstroming dan kunnen aardlagen zelfs in zéér korte ogenblikken ontstaan. Het is een feit dat maar liefst 75% van alle aardlagen op aarde is gevormd door water. Op de continenten is dit gemiddeld 1500 meter sediment, en dat is 5 maal zoveel als op de zeebodem! Dit laat zien wat een enorme watermassa er ooit over aarde heeft moeten gaan.

Een goed voorbeeld van een gebergte dat volledig ontstaan is door een enorme watervloed, is de Grand Canyon in de Verenigde Staten. Dat dit gebergte is ontstaan door water blijkt uit de gevouwen aardlagen en onderzoeken die ik verderop zal behandelen. Volgens evolutionistische geologen zijn deze lagen en de bergpartijen ontstaan door miljoenen jaren langzame erosie. Deze gedachtegang in de geologie, dat de veranderingen in de aardkorst ontstaan zijn door langzame en geleidelijke ontwikkeling, noemen we zoals gezegd actualisme. Geologen zullen niet snel van deze gedachtegang afstappen omdat zij – uitgaande van evolutie – niet in korte periodes kunnen geloven. Iedere miljoen die van de wereldklok wordt weggehaald maakt evolutie minder aannemelijk. De Grand Canyon kan echter onmogelijk door langzame afzetting ontstaan zijn. Veel van de afzettingen in de Grand Canyon hebben duidelijke vouwen en bochten die enkel kunnen bestaan wanneer de steen nog vloeibaar en nat was bij het ontstaan. En dat kan alleen als er sprake is van een enorme catastrofale vloed, die modderpartijen bedekte en liet verstenen. Meer over de Grand Canyon is te lezen onder ‘aardlagen’.

In het kort: CATASTROFISME VS. ACTUALISME
Tot ver in de 19e eeuw gingen veel wetenschappers ervanuit dat catastrofale werking een van de voornaamste krachten was die het aardlandschap gevormd hadden. Zelfs de ontdekker van de continental drift weet dit aan een catastrofe, waarvan de huidige verplaatsing slechts een ‘nabeweging’ is. Vulkaanuitbarstingen kunnen in zeer snelle tijd een heel landschap creëren; meteorietinslagen idem, massale vloeden konden wereldwijd voor het ontstaan van sedimenten, lagen en bergen hebben ontstaan; de catastrofe zou de continenten op de tectonische breekpunten uit elkaar hebben kunnen ‘slaan’ en bergketens hebben doen ontstaan op de grenzen van de aardplaten; etc. Echter, het actualisme paste beter bij Darwins idee van geleidelijke, zeer langzame ontwikkeling. De heersende hypothese die geologiestudenten wordt geleerd is daarom dat erosie de landschappen heeft gevormd, dat de tectonische werking enkel langzaam en geleidelijk gaat zoals we die nu waarnemen, dat sedimenten niet door vloedwater maar door kleine hoeveelheden water zijn ontstaan, dat fossilatie altijd ook zonder catastrofes voorkomt, etc. Vulkaanuitbarstingen en vloeden worden nog wel gehanteerd als kracht, maar vaak ver in het verleden geplaatst. Deze wetenschappelijke omslag in de vooronderstelling kwam door de nieuwe denkwijze, waarvan Darwin de populairste founding father van was.

Wanneer we naar de zeebodem bekijken, zien we dat er door de beweging van water, wind en golven karakteristieke rimpels op de bodem ontstaan, zogenaamde cross-beds (zie afbeelding).

Cross-beds oftewel zandgolven zijn waargenomen op de oceaanbodem en in rivieren, maar zijn ook tijdens laboratoriumproeven geproduceerd. Er is aangetoond dat er een relatie bestaat tussen de hoogte van de cross-beds de waterdiepte tijdens het ontstaan van de cross-beds. Als de waterdiepte toeneemt neemt ook de hoogte van ontstane zandgolven toe. De hoogte van de zandgolven is ongeveer eenvijfde van de waterdiepte.
En precies dit soort cross-beds zien we terug in enorme berglandschappen die we via satelliet bekijken. Hieronder een aantal satellietfoto’s van berggebieden:

Dit soort bergformaties zijn ontstaan doordat er water heeft gestaan dat zich massaal verplaatste in de storm. De combinatie van wind, water en golven heeft de aarde deze herkenbare vorm gegeven. En aangezien de hoogte van de cross-beds ongeveer eenvijfde is van de waterhoogte tijdens het ontstaan, moet er een enorme massa water hebben gestaan toen de cross-beds overal op aarde ontstonden! Ontzettend veel bergen op aarde kunnen in snelle tijd ontstaan zijn door watergeweld. En volgens de Thora en andere duizenden jaren oude geschirften vonden er ook vulkaanuitbarstingen plaats tijdens de vloed. Vulkaanuitbarstingen zijn een andere belangrijke wijze waarop gebergtes en aardlagen ontstaan.

Een goed voorbeeld uit de moderne tijd is de vulkaanuitbarsting in 1883 op Krakatau (in het toenmalige Nederlands-Indië). Deze ramp, veroorzaakt door één vulkaan, zorgde voor een catastrofe op enorme schaal. De vulkaan lag op 50 km. van het vasteland, maar veroorzaakte gigantische vloedgolven en tsunami’s, asregens en stoomverplaatsingen. De effecten waren enorm en beroofden duizenden mensen van het leven in de wijde omtrek. De knallen van de vulkaan waren tot in Australië te voelen. Na de uitbarsting was de vulkaan volkomen ingestort. Echter, na de uitbarsting groeide de vulkaan weer aan met 5 meter per jaar! De eerste jaren na de ramp bleef het eiland levenloos, maar het werd in de tijd daarna opnieuw bevolkt door een verassend gevarieerde populatie dieren. En dan hebben we het niet alleen over insecten en aardwormen, maar over vogels, hagedissen, slangen en zelfs een paar zoogdieren. Men verwachtte niet dat zo’n uitgebreid scala aan diersoorten de oceaan kon oversteken, maar toch was dat het geval. Ook groeiden er in snelle tijd weer vele soorten bomen en planten.

Hoewel geologiestudenten wordt geleerd dat een zondvloed nooit een verklaring kan zijn voor het ontstaan van grote gebergtes, zijn er bewijzen te over van berglandschappen die duidelijk enkel en alleen door een gigantische waterstroom ontstaan kunnen zijn. De hele aarde en haar geologie kan ontstaan zijn tijdens één enorme vloed met heftig natuurgeweld. Het effect van sediment, storm, tsunami’s en vulkaanuitbarstingen op wereldschaal kan het landschap haar huidige vorm hebben gegeven. Wie de Coyote Buttes in de Verenigde Staten bezoekt, kan ervan getuigen dat dit allemaal lagen slib en sediment zijn die onder enorme druk versteend zijn. Dit verklaren aan de hand van miljoenen jaren langzame groei, is ridicuul. En trouwens, welke geoloog kan verklaren hoe de bovenste 3000 ft. (zo’n 900 meter) van de Mount Everest bestaat uit watersediment vol zeeschelpen?

In het kort: EROSIE
Moderne geologie gaat uit van de werking van erosie. Vanuit gebergtes worden tonnen gesteentes weggesleten en via de rivieren verplaatst. Wat echter niet zo vaak verteld wordt, is dat erosie eerder een probleem dan een uitkomst is voor de aanhanger van een oude aarde. Ieder jaar eroderen water en wind namelijk 25 miljard modder en gesteente van de continenten en spoelen het in de oceaan. Dit proces is al sinds 3 miljard jaar geleden aan de gang volgens het evolutionisme/actualisme. Als dat zo zou zijn zouden we een kilometersdikke laag modder op de zeebodem moeten vinden. Toch is de gemiddelde modderdiepte van de oceanen minder dan 400 meter. Dit duidt op een aarde nog geen miljarden jaren oud is.

Fossielen: dieren zijn plotseling bedekt door watermassa’s
Een ander bewijs van de zondvloed is de vondst van massa’s fossielen op aarde. Zoals we gezien hebben in hoofdstuk 2 worden de aardlagen door evolutionisten geïnterpreteerd als zijnde langzame stadia in de ontwikkeling van de aarde. De fossielen zouden dan representatief zijn voor de evolutionaire ontwikkeling van organismen. Helaas, zoals we met overtuiging moeten vaststellen ontbreekt iedere vorm van evolutionaire ontwikkeling in de aardlagen, net zoals alle overgangsvormen ontbreken. Er is geen lijn tussen de organismen te ontdekken via de aardlagen. Er is zelfs zeer regelmatig sprake van omgekeerde orde (complexe dieren die in ‘oudere’ lagen liggen dan simpele dieren) en zogenaamde voorouders duiken vaak op in lagen die ‘jonger’ zijn dan de laag waarin de nakomelingen liggen. Zijn aardlagen wel ontstaan door langzame ontwikkeling? Of zijn ze oon overblijfsel van een gigantische catastrofe die over de aarde is gegaan en door de nakomelingen van de overlevenden onthouden en doorgegeven is? En zijn de fossielen niet gewoon massaal begraven dieren die de dood vonden tijdens die catastrofe?

Om de vondsten goed te begrijpen moeten we eerst beseffen onder welke condities fossilatie oftewel verstening plaatsvindt. Hoe zijn de fossielen die we vandaag de dag in grote hoeveelheden zien in het verleden ontstaan?

Als voorbeeld nemen we de fossilisatie van een vis. Er zijn miljoenen perfect bewaard gebleven vissen gevonden in de fossielen. Dit kan niet worden verklaard aan de hand van normale omstandigheden en gebeurtenissen. Als vissen sterven dan drijven ze normaal gesproken naar boven en zinken daarna pas naar de bodem. Tijdens dit proces vreten aaseters (bijvoorbeeld vogels of andere vissen) de dode vis ook nog eens aan. Het dier wordt grotendeels opgegeten. Ook zijn verschillende delen van het lichaam direct na de dood onderhevig aan bederf en rotting. Tegen de tijd dat ze op de bodem terechtkomen en door sediment (bijvoorbeeld zand) kunnen worden afgedekt is er vaak niet veel meer over of zijn ze grotendeels vergaan of vervormd. Zelfs het skelet is dan meestal uit elkaar gevallen. Als een vis niet levend plotseling bedekt worden onder grote druk, kan fossilatie niet plaatsvinden.

Dit is echter niet wat de meeste evolutionisten stellen. Zij onderwijzen dat de vis naar de bodem zinkt en dan langzaam over periodes van miljoenen jaren wordt bedekt met sediment en dan uiteindelijk verandert in een fossiel. Maar hoe kan het dan dat we zoveel perfect bewaarde exemplaren vinden met schubben, vinnen en ogen? Dat is praktisch onmogelijk.

Hetzelfde geld voor andere organismen, zoals zoogdieren. De kans dat bijv. een olifant, een dinosaurus of een aap ongeschonden in een fossiel veranderd is zeer klein. Ze rotten na hun dood weg en vergaan! Hetzelfde geldt voor planten, aangezien die helemaal snel vergaan. Onder normale omstandigheden worden dieren nooit onder zand en modder bedekt waardoor hun lichaam goed geconserveerd gefossileerd zou worden. En tóch vinden we wereldwijd véél fossielen. Hele massagraven met fossielen zelfs.

Voor een goede conservering is een catastrofale vloed nodig, die de vis of het zoogdier in zijn geheel bedekt en beschermt tegen aaseters en ontbinding. Dieren moeten in korte tijd zijn ingesloten door sediment, resulterend in perfect bewaarde exemplaren in fossiele vorm. Voor fossilatie is tevens enorme druk nodig, uitgeoefend door een massa modder of sediment. Alle volken op aarde, evenals de Bijbel, noemen deze catastrofale gebeurtenis: de zondvloed. De zondvloed is perfect historisch gedocumenteerd door alle volken op aarde. Een universele vloed is, evenals voor vele andere evolutionaire tegenstrijdigheden, een perfecte verklaring voor de vele fossielen op aarde. Niet voor niets worden er dieren gevonden die gefossileerd zijn met de prooi nog in hun bek. Dieren in verschrikte houding die hun voedsel nog niet eens ingeslikt hebben, zoals bepaalde mammoeten. Onmogelijk als je ervan uitgaat dat het dier op normale manier gefossileerd zou zijn! Ze moeten in een kort ogenblik overvallen zijn door water en modderstromen.

Fossilisatie is, in tegenstelling tot wat men denkt, een zeldzame gebeurtenis met als voorwaarde een plotselinge begraving onder zand, water of modder. Miljoenen dieren zijn niet terug te vinden in fossielen op plekken waar ze wel geleefd hebben of nog leven. We vinden nergens fossielen van leeuwen in Israël, terwijl we zeker weten dat ze daar geleefd hebben. De miljoenen bizons die de Verenigde Staten hebben bewoond hebben praktisch geen fossielen achter gelaten. Waarom niet? Omdat fossilisatie gewoonweg niet voorkomt zonder een grote ramp of overstroming.

Vandaar dat de evolutionistische gedachte, namelijk dat de aardlagen het resultaat zijn van langzame erosie, niet kan kloppen. De aardlagen zitten namelijk vol met perfect bewaarde fossielen. Dat ergens fossielen gevonden worden, is het bewijs dat de bewuste laag onmogelijk in miljoenen jaren afgezet kan zijn, want fossilatie gebeurt alleen als het dier wordt ingesloten door sediment onder hoge druk. De fossielen tonen bovendien aan dat het ontstaan zéér snel moet zijn geweest, want ze zijn vaak perfect geconserveerd en nog niet vergaan!

En hoe snél fossilatie kan plaatsvinden is bewezen bij de Eureka Springs Gardens in Arkansas, Verenigde Staten. Hier was in de 19e eeuw een molen in gebruik waar meel gemaakt werd. In 1903 raakte de molen in onbruik en werd verlaten. Onder invloed van water uit de nabijgelegen bron zijn meelzakken in de molen volkomen versteend. Ze zijn driemaal zo zwaar geworden en voelen aan als een hard rotsblok. Fossilatie is zelfs in een laboratorium nagebootst en kan dus in zéér snelle tijd gebeuren. Evolutionisten vertellen dit een proces van miljoenen jaren is. Toch laat de praktijk zien dat onder de juiste omstandigheden (veel water aanwezig) fossilatie zéér snel kan gebeuren.

FEIT: Fossilatie is geen normale gebeurtenis. Enkel wanneer organismen plotseling levend (of in ieder geval in niet vergane toestand) bedekt worden door sediment- of modderlagen, worden ze gefossileerd. In alle andere gevallen zou het kadaver vergaan. Het is bewezen dat fossilatie in zeer snelle tijd gebeuren, als de omstandigheden (veel water en hoge druk) maar goed zijn.

FEIT: De evolutionistische gedachte dat de aardlagen het resultaat zijn van langzame erosie, kan niet kloppen. De aardlagen zitten namelijk vol met perfect bewaarde fossielen. Dat ergens fossielen gevonden worden, is het bewijs dat de bewuste laag onmogelijk in miljoenen jaren afgezet kan zijn, want fossilatie gebeurt alleen als het dier wordt ingesloten door sediment onder hoge druk. Dat de aardlagen op aarde zijn ontstaan tijdens een gigantische overstroming bljikt uit de vele massagraven, de dieren in verschrikte houdingen en dieren met prooi in de bek die gevonden worden.

Aardlagen – bewijsbaar afgezet door een vloed
Maar wat zijn nou precies aardlagen? Het zijn ruw gezegd de verschillende niveau’s van gesteentes die bovenop elkaar liggen en waarin fossielen van dieren gevonden worden. Het zijn letterlijk laagjes die bovenop elkaar liggen. Fossielen worden overigens alleen gevonden in de sedimentaire aardlagen (de lagen door water gevormd). Het is een illusie om te denken dat de aardlagen een netjes en geordend systeem bevatten en evolutie aantonen, zoals we gezien hebben. Diersoorten liggen compleet door elkaar en zijn vaak levend gefossileerd. Evolutionisten geloven dat deze lagen in miljoenen jaren gevormd zijn door langzame afzetting. Toch zijn er wereldwijd verzwegen bewijzen dat deze aardlagen niet in miljoenen jaren ontstaan zijn, maar in veel kortere tijd.

Als we willen weten hoe aardlagen ontstaan zijn in het (niet te observeren!) verleden, moeten we in de huidide wereld onderzoeken hoe identieke gelaagde landschappen ontstaan. En l andschappen met identieke aardlagen zijn de afgelopen eeuw ontstaan binnen enkele weken of maanden ! De Grand Canyon in de Verenigde Staten zou in miljoenen jaren ontstaan zijn en onmogelijk in snelle tijd kunnen ontstaan, zo was de stelling van de wetenschap. Echter, de Burlingame Canyon in de buurt van Walla Walla in Washington is een soort mini-Canyon, evenals de Grand Canyon opgebouwd uit vele lagen waarvan evolutionisten zeggen dat ze miljoenen jaren tijd kosten om te ontstaan. Maar de Burlingame Canyon is ontstaan in… zes dagen!

Reden dat de Burlingame Canyon ontstond was… een watervloed . Men had een aantal kanalen aangelegd in het droge gebied die vanwege omstandigheden overstroomden. De enorme watervloed die daardoor onstond heeft in amper een week geleid tot heuze aardlagen:

Dit voorval maakt voor eens en voor altijd duidelijk dat aardlagen en hele Canyons in zeer snelle tijd kunnen ontstaan. En er zijn nog veel meer voorbeelden voor handen. De uitbarsting van Mount St. Helens in de staat Washington (VS) produceerde 8 meter sediment opgedeeld in vele (aard)lagen in één namiddag! Er zijn geen miljoenen jaren voor nodig en er is geen afdoend bewijs dat de aardlagen die we overal vinden wél miljoenen jaren nodig hebben gehad om te ontstaan.

Veel mensen, ook wetenschappers, verwerpen het idee van een wereldwijde vloed, omdat er zogenaamd geen sporen van te vinden zijn. De werkelijke reden dat zij het concept van een vloed angstvallig verwerpen, is dat zij niet in een jonge aarde en een vloed willen geloven. Want de wetenschappers die roepen dat de sporen van een vloed niet zichtbaar zijn op aarde, hebben doorgaans ook helemaal niet onderzocht hoe de effecten van een vloed er uitzien. Of ze wíllen ze niet zien.

Door te kijken naar de effecten van overstromingen in de huidige wereld, kunnen we te weten komen hoe de effecten van een wereldwijde vloed eruit moeten zien. De Burlingame Canyon, die door een vloed is ontstaan, geeft ons een idee hoe de effecten van een wereldwijde vloed eruit moeten zien. De Grand Canyon is niets anders dan een sprekend bewijs van een vloed die extremer en groter was dan de overstroming die de Burlingame Canyon deed ontstaan.

Kortom: tijdens een krachtige vloed worden in een rap tempo sedimentlagen afgezet bovenop elkaar, waar vaak diertjes in verslonden worden en door de druk onmiddelijk fossileren. Met andere woorden: door een vloed ontstaan lagen sediment met fossielen die identiek zijn aan de wereldwijd voorkomende lagen die door evolutionisten worden gezien als zijnde evolutionaire lagen in de geschiedenis!

Afbeelding 1: Dit soort landschappen worden wereldwijd verkondigd als aardlagen die in miljoenen jaren zijn ontstaan door langzame erosie. Echter, dit zijn aardlagen die zijn ontstaan zijn door een recente vloed. De canyon is ontstaan door de vloed bij Walla Walla in Washington binnen één week. Door het vloedwater werden in een rap tempo sedimenten afgezet die hier en daar diertjes meeslepen. Omdat de vloed vorige eeuw plaatsvond kunnen wetenschappers niet ontkennen dat deze canyon in 6 dagen is ontstaan. Toch interpreteren evolutionisten dit soort landschappen al 150 jaar lang als aardlagen die evolutionaire tijdsperiodes aanduiden.

Afbeelding 2: Ook dit soort landschap wordt normaliter verkondigd als het resultaat van miljoenen jaren afzetting. Echter, dit zijn aardlagen die door vulkanische activiteit zijn ontstaan in enkele maanden. De lava zet in no-time laagjes af en neemt zo nu en dan diertjes mee. Ook hiervoor geldt dat het bewezen is dat dit in enkele maanden is gebeurd omdat het in de vorige eeuw is gebeurd. Toch worden dit soort landschappen nog altijd geïnterpreteerd als evolutionaire lagen die in miljoenen jaren zijn ontstaan.

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat de Grand Canyon in enkele maanden ontstaan kan zijn door een gigantische vloed. En dat vulkanische eilandenengroepen (zoals de Canarische Eilanden) helemaal niet tienduizenden jaren geleden in lange tijd ontstaan hoeven zijn. Ze kunnen beide van recentere datum zijn en tijdens een wereldwijde catastrofe als de zondvloed ontstaan zijn, toen zowel vloedwater als vulkaanuitbarstingen de wereld ingrijpend veranderden.

FEIT: De Burlingame Canyon in Washington en de uitbarsting van Mount St. Helens tonen onomstotelijk aan dat een Canyon (zoals de Grand Canyon) in zéér snelle tijd kan ontstaan door een vloed.

FEIT: Door een vloed worden er lagen sedimenten afgezet, en door de druk fossileren de dieren die door de vloed verslonden worden. Hierdoor ontstaan aardlagen met fossielen die identiek zijn aan de wereldwijd voorkomende lagen die door evolutionisten worden gezien als zijnde evolutionaire lagen in de geschiedenis! Aardlagen zijn dus een uit de praktijk bewezen voorbeeld van een grote vloed, niet van hypothetische, nooit bewezen evolutionaire stadia.

Evolutionisten hebben de vele aardlagen op aarde met daarin dieren- en plantenfossielen altijd opgevat als lagen die een bepaalde zeer lange tijdsperiode representeren, en zij hebben al hun theorieën en uiteenzettingen op dat fragiele concept gebaseerd. Zoals we gezien hebben is er niet een lijn tussen de organismen ontdekken. Wél is het zo dat in de onderste lagen veel meer simpelere levensvormen vindt en in de hogere lagen vaker ingewikkeldere vormen. Mensen duiken pas op in de hoogste lagen. Een sprekend voorbeeld van evolutie, zegt men. Het is echter veel logischer dat de aardlagen zijn ontstaan door de zondvloed. In de zee leven de meest simpele diersoorten en eencelligen op enorme diepte – zij werden als eerste bedekt onder de modderstromen. Hoe hoger we komen, hoe complexer de dieren worden. Dieren die leefden op het droge werden ook meegesleept door de vloed; hiervan zinken de simpele diertjes het allersnelst naar de bodem; complexere diersoorten vinden meer weerstand in het water en zullen het veel langzamer naar beneden zakken en onder de modder bedekt worden. Zoogdieren en andere grotere dieren leven in de hogere gebieden op het land en zullen de bergen in gevlucht zijn – een natuurlijke reactie die we ook tegenwoordig waarnemen als een vloed komt. Deze dieren zullen de hoogste plekken hebben opgezocht, maar uiteindelijk allemaal bedolven zijn onder modder en water. Niet voor niets vinden we overal op aarde massagraven van verschillende diersoorten uit verschillende klimaten bij elkaar, zoals dinosauriërs, zoogdieren, etc. Een van de beste voorbeelden van zo’n massagraf vinden we in Frankrijk. De Montceau-fossielen, genoemd naar de vindplaats, bestaan uit zowel landdieren, zeedieren als zoetwaterdieren! Voor geleerden die geloven in een wereldwijde vloed is zoiets prima verklaarbaar. Er is echter géén evolutionistische verklaring voor zulke fenomenen. Zullen al deze dieren nou netjes op een hoopje zijn gaan liggen na hun dood? Natuurlijk niet.

Wanneer je de aardlagen niet interpreteert als representatief voor miljoenen jaren maar als resultaat van een mondiale vloedcatastrofe, dan begrijp je opeens waarom er geen lijn is in de aardlagen. En waarom elke vorm van ontwikkeling ontbreekt. Waarom dieren die volgens evolutionisten relatief jong zijn gevonden worden in lagen van hoge ouderdom. Waarom er zelfs versteende bomen door de aardlagen heengroeien. Waarom mensen gevonden worden in lagen van tientallen miljoenen jaren oud. Waarom er dierlijke massagraven gevonden zijn met totaal verschillende zee-, zoetwater- en landdieren bij elkaar.

Er is dus totaal geen bewijs dat aardlagen het resultaat zijn van miljoenen jaren langzame afzetting. Ze lijken nog het meest op de lagen die door een vloed worden afgezet. Dat de hele geologie is gebaseerd op de aanname dat de aardlagen wél in miljoenen jaren ontstaan zijn, maakt de hele geologie wetenschap onbetrouwbaar. Alle geologische studies zijn namelijk op de aanname gebaseerd!

In een geval als dit zouden wetenschappers eerlijk onderzoek moeten doen naar wat de meest logische verklaring is. En er zijn onderzoeken gedaan die aantonen dat de aardlagen niet in miljoenen jaren, maar in lagen zijn ontstaan. Onderzoek naar radiohalo’s bijvoorbeeld. Dat zijn kleurringen, gevormd om microscopische stukjes radioactief mineraal in bergkristallen. Ze zijn het gevolg van radioactief verval. Geplette Polonium-210 radiohalo’s in aardlagen in Colorado tonen aan dat de aardlagen Jura, Tria en Eoceen zijn ontstaan in slechts enkele maanden na elkaar, en niet in honderden miljoenen jaren zoals evolutionisten graag zien. Dit ondersteunt de gedachte dat de aardlagen het gevolg zijn van een vloed die sedimenten achterliet.

Hetzelfde zien we bij onderzoeken naar helium in zeer diepe rotsen. Helium ontstaat door radioactief verval, en dat het in zeer diepe rotsen zit betekent dat het helium nog niet de tijd heeft gekregen om te ontsnappen. De rotsen die volgens evolutionisten vele miljoenen jaren oud zijn, kunnen hierdoor bewijsbaar niet ouder zijn dan duizenden jaren. Maar omdat dit soort onderzoeksresultaten niet in de hypothese passen die wereldwijd wordt verkondigd, worden ze verworpen!

Voor meer informatie en referenties naar de onderzoeksresultaten: Evidence for a Young World door Dr. Russell Humphreys, Ph.D., ICR associate professor of physics en The collapse of ‘geologic time’ door Steve Taylor, Andy McIntosh en Tas Walker.

FEIT: Polonium-210 radiohalo’s tonen aan dat de aardlagen Jura, Tria en Eoceen zijn ontstaan in slechts enkele maanden na elkaar, niet in honderden miljoenen jaren. Dit ondersteunt de gedachte dat de aardlagen het gevolg zijn van een vloed die sedimenten achterliet.

Deze afbeelding toont de aardlagen in de Grand Canyon die door evolutionisten als verschillende tijdsperiodes van miljoenen jaren worden gezien. Precies zulke lagen zijn in de Burlingame Canyon in zes dagen ontstaan door een vloed.

De dierensporen die wereldwijd in versteende vorm gevonden worden gaan bijna altijd ‘bergop’ en zijn bijna altijd rechtlijnig. Normaal gedrag van dieren zou kronkelende sporen moeten vertonen, zoals we dat ook zien als een dier in de sneeuw heeft gelopen. Rechtlijnige sporen laten zien dat de dieren angstig waren, alsof ze vluchtten voor een catastrofe. Onderzoekers vonden in het zuiden van Engeland recentelijk veertig rechte sporen van twee typen grote plantetende dinosauriërs, parallel aan elkaar. Daar vlakbij werden ook de sporen ontdekt van een grote vleesetende dinosauriër, welke in dezelfde richting liep. Deze sporen leiden tot een ‘jager-prooi’ interpretatie door de evolutionisten. Maar de sporen kunnen net zo goed, zo niet beter verklaard worden als verschillende typen dinosauriërs die allen voor dezelfde gebeurtenis vluchtten in één en dezelfde richting. Bovendien vertonen veel gefossileerde dieren kenmerken van plotselinge angst; sommige vissen hadden de prooi nog in de bek terwijl ze bedekt werden onder water en modder.

Sporen van dieren zijn ook gevonden in de Grand Canyon. Dr. Leonard Brand van de Loma Linda Universiteit in Californië heeft de sporen van dieren (o.a. salamanders) onderzocht in het Coconino zandsteen van de Grand Canyon. Hij heeft vervolgens dieren sporen laten maken op het droge en onder water tijdens heftige stroming. Een gedetailleerde statistische analyse van deze data leidde met een hoge graad van waarschijnlijkheid tot de conclusie, dat de fossiele sporen in de Grand Canyon onder water gemaakt moeten zijn . Geheel onder water zelfs, dus niet aan de oppervlakte van het water. En dat terwijl evolutionisten beweren dat de Canyon is ontstaan in woestijnachtig klimaat.

FEIT: De Grand Canyon, een typisch voorbeeld van een landschap dat door een gigantische vloed met talloze sedimentlagen is ontstaan, wordt nog altijd onderwezen als een landschap dat in miljoenen jaren door erosie is ontstaan. Het landschap is identiek aan het soort dat tijdens recente vloeden is ontstaan. Bovendien bleek uit de onderzoeken van Dr. Leonard Brand van de Loma Linda Universiteit in Californië dat de fossiele sporen in de Grand Canyon onder water gemaakt moeten zijn.

We vinden minder vaak gefossileerde mensen terug in de aardlagen, en ook dat is heel logisch. Mensen wonen op hogere gebieden en zullen altijd vluchten naar de allerhoogste plaatsen en als laatsten verdinken. Zij zijn niet vaak bedekt onder de modderstromen en bijna allemaal vergaan en niet gefossileerd.

Anomaliën
Wetenschappers hebben tijdenlang omwille van hun theorie de massa’s inconsistenties in de aardlagen genegeerd. Zij stuiten regelmatig op vondsten die totaal tegen hun theorie ingaan. Dit soort vondsten die tegenstrijdig zijn met evolutionisme noemt men anomaliën . We hebben er al veel behandeld in de vorige hoofdstukken. Ze worden vaak niet naar buiten gebracht, en zeker niet in de lesboeken. Het probleem is namelijk dat één zo’n anomalie al aangeeft dat het dateringssyteem of de interpretatie van de aardlagen niet klopt. Eén mens in een aardlaag van 10 miljoen jaar oud, en het tegenbewijs tegen evolutie is geleverd. Niet voor niets houden onderzoekers dit soort voorvallen stil.

Een voorbeeld van een anomalie is de vondst van wetenschappers van de Bashkir Staatsuniversiteit. Zij vonden een platte steen van 120 miljoen jaar oud met daarop, in relief, een kaart van het Ural gebied . Het gaat dus om sporen van geavanceerde menselijke beschaving in een aardlaag die volgens evolutionisten vér voor de komst van de moderne mens ontstond. Een artikel over de vondst, zegt: “Dit lijkt onmogelijk te zijn. Wetenschappers van de Bashkir Staatsuniversiteit hebben onweerlegbare bewijzen gevonden van het bestaan van een oude, hoog ontwikkelde beschaving.” Tja… leefden er 120 miljoen jaar geleden hoogontwikkelde mensen op aarde die een kaart maakten van het moderne Ural gebied? Of klopt de datering van die lagen niet? Het is één groot mysterie, tenzij je aanneemt dat de aardlagen niet in miljoenen jaren zijn ontstaan, maar door vloedwater. Ze representeren dan helemáál geen miljoenen jaren tijd, maar de overblijfselen van een catastrofe.

In 1860 is in Italië bij het plaatsje Castenedolo een menselijke schedel gevonden in een aardlaag van 10 miljoen jaar oud. In 1880 vond men in dezelfde aardlaag twee kinderskeletten en het skelet van een vrouw. Dit is natuurlijk volkomen onmogelijk voor evolutionisten. Dit soort vondsten zou evolutionisten wakker moeten schudden en hen moeten aanzetten de hypothese dat de aardlagen miljoenen jaren oud zijn, te beproeven. Helaas zijn deze vondsten in vergetelheid geraakt en horen we er niets meer van. Echter, dit soort inconsistenties in de aardlagen worden bijna nooit duidelijk naar buiten gebracht, of worden soms door middel van vergezochte theoriën verdoezeld. Soms liggen zeer oude aardlagen bovenop jonge aardlagen, of zelfs hele bergtoppen op veel jongere lagen! Alles wijst op een vloed waar met geweld sedimenten worden afgezet en rotsen worden meegesleept.

Een ander voorbeeld vinden we in het Engelse Lancaster. Daar heeft men een enorme versteende boom (van elf meter lang) gevonden die dwars door vele versteende steenkoollagen heenloopt. Onmogelijk als je gelooft dat de lagen zijn ontstaan door miljoenen jaren langzame afzettingen. De boom zou immers al lang vergaan moeten zijn. De boom is duideliijk levend bedolven onder modder en sedimenten en zelf meeversteend in een kort ogenblik – de zondvloed. Dit soort bomen heeft men overigens op meer plaatsen aangetroffen.
In Yellowstone Park is het nog gekker. Daar zijn hele bossen versteend. Dit kan niet anders gebeurd zijn dan door de spontane bedekking door rap achter elkaar volgende vloedsedimenten. De bomen zouden, net als in het voorbeeld van Lancaster, vergaan zijn als er langere tijd overheen zou zijn gegaan. En toch beweren evolutionisten (werkelijk!) dat deze versteende bossen zijn ontstaan in tienduizendenjaren, doordat er steeds nieuwe bomen uit de vorige lagen groeiden! Hierbij lopen ze tegen tal van problemen op (zie hiervoor The Yellowstone petrified forests – Evidence of catastrophe door Jonathan Sarfati), en toch wil men niet aannemen dat een vloed hier werkzaam moet zijn geweest.

Kort geleden heeft men nabij de Vyatka rivier in de buurt van de Russische stad Kotelnich een massagraf van meer dan 300 gefossileerde pareiasauriërs (een soort reptiel) gevonden die staand zijn begraven onder sediment met hun hoofden opgericht. Ze zijn dus levend bedolven. De paleontologen geven aan dat de reden waarschijnlijk heftige regenval en hoog water moet zijn geweest waardoor de dieren in een moeras zijn gestorven. Uitgaande van het evolutiemodel wordt de dieren een leeftijd van 260 miljoen jaar gegeven. Echter, het is zeer onlogisch dat reptielen in een moeras verdrinken. Veel logischer is een plotselinge catastrofe. Bovendien is de afzetting van aardlagen in dat gebied volgens evolutionisten millimeters/centimeres per duizenden jaren. De reptielen zouden dan minstends 10.000 jaar met het hoofd opgeheven moeten hebben gestaan! Het moge duidelijk zijn dat de lagen in veel snellere tijd zijn afgezet dan men wil denken. Nóg een aanwijzing is dat de omgeving van de fossielen praktisch geen plantenfossielen bevat. Het is onlogisch dat 300 reptielen van een meter lang zouden leven in een gebied van wel 3 kilometer zonder planten! Logischer is dat ze vluchtten voor een catastrofe óf door enorme waterstromen zijn meegesleept naar deze omgeving. Alles wijst wederom op de zondvloed.

Nog een goed voorbeeld van anomaliën die een wereldwijde overstroming aantonen, vinden we in Zuid-Amerika. In het Andesgebergte heeft men 500 grote gefossileerde oesters gevonden. Om precies te zijn op 4000 meter boven de zeespiegel in de Huancavelica provincie, ongeveer 400 kilometers van de Peruaanse hoofdstad Lima. Hebben er ooit oesters op de hoge Andes-toppen geleefd? Dit is volkomen begrijpelijk als we geloven dat de hele aarde onder water heeft gestaan! En dit geld ook niet alleen voor de Andes; overal op aarde worden fossielen van zeedieren gevonden op hoge bergen. Op de enorme Mount Everest in de Himalaya heeft men ook gefossilleerde waterdieren gevonden. Sterker nog: de bovenste 3000 ft. (zo’n 900 meter) van de Mount Everest is sediment, afgezet door water, vol zeeschelpen.
Evolutionisten verklaren dit door aan te nemen dat de bergen in miljoenen jaren uit de zee zijn opgestegen. Hier loopt men echter tegen een groot probleem aan: de snelheid van erosie van de berg is vele malen groter dan de snelheid waarmee de bergen opstijgen . Het Andes-gebergte zal volgens de orthodoxe evolutionistische geologie in 56 miljoen jaar geërodeerd zijn. De oesters komen volgens de evolutionaire tijdsschaal echter uit het Jura-tijdperk: 200 miljoen jaar geleden! Oesters van 200 miljoen jaar oud kunnen onmogelijk op een berg liggen die in 56 miljoen jaar verdwenen zou zijn door erosie! De zondvloed is een verklaring die wel sluitend is; de oesters zijn door het vloedwater op de berg achtergelaten, zo’n 4000 jaar geleden. Waaschijnlijk is het hele Andes-gebergte zelfs ontstaan tijdens de zondvloed, toen de sedimenten nog vloeibaar waren en de de breukvlakken van de continenten met geweld werden in gedrukt. En over de leeftijd van de oesters hoeven we ons niet druk te maken: geoloog Mats Molen uit Zweden gaf aan dat de in de Andes gevonden oesters gelijk zijn aan oesters die in Zweden voorkomen – zo oud hoeven ze dus niet te zijn.

FEIT: Wetenschappers lopen vaker dan je denkt op tegen vondsten die totaal tegen hun theorie ingaan. Mensen in aardlagen van 10 miljoen jaar oud; een geavanceerde landkaart van 120 miljoen jaar oud of een versteende boom die door meerdere aardlagen heengegroeid is. Als je de aardlagen interpreteert als afgezet tijdens een enorme vloed, dan zijn dit soort inconstitenties niet vreemd.

FEIT: Op de toppen van het Andesgebergte en de Himalaya vindt men gefossileerde zeedieren en schelpen. De bovenste 3000 ft. (900 meter) van de Mount Everest is door water afgezet sediment, vol zeeschelpen. Er is maar één verklaring die de toets doorstaat: het water stond zo hoog.

Al deze anomaliën laten zien dat de evolutionistische visie op de aardlagen misschien wel totaal niet klopt. Dat aardlagen miljoenen jaren ontwikkeling weergeven is geen feit. Het is hypothese.

Hoe kan het dat evolutionisten al bijna 150 jaar lang niets dan hiaten aantreffen in de aardlagen? Hoe kan het dat alle soorten plotseling en volkomen ontwikkeld opduiken en niet veranderen? Als aardlagen werkelijk de evolutionaire ontwikkeling zouden weergeven die er zou moeten zijn geweest, hoe is het dan mogelijk dat we niets terugvinden behalve volledig ontwikkelde soorten dieren? Het zijn allemaal aanwijzingen dat de aardlagen niets, maar dan ook werkelijk niets te maken hebben met evolutionaire ontwikkeling. Alles wijst erop dat de aardlagen zijn afgezet door een enorme watervloed. Dat klopt namelijk perfect met de vondsten.

De belangrijkste redenen dat het aardlandschap én de aardlagen niet het resultaat zijn van miljoenen jaren langzame ontwikkeling, maar wel van een eenmalige, catastrofale vloed, zijn:

A) 75% van de aardlagen op aarde is ontstaan door water, en helemaal niet door langzame erosie.
B) Op de continenten bestaat de aarde uit gemiddeld 1500 meter sediment door water afgezet.
C) Ook hoge gebergtes bestaan uit watersedimentlagen, zoals de hoogste delen van de Mount Everest.
D) Op de hoogste bergtoppen op aarde (de Andes en de Himalaya) vind men gefossileerde zeedieren en schelpen. Dit is de doodsteek voor de theorie dat deze bergen door langzame erosie zijn ontstaan.
E) De aarde kent ontelbaar veel gebertes en landschappen die onverklaarbaar zijn als ze niet door een gigantische vloed zijn ontstaan, zoals cross-bed landschappen.
F) De Burlingame Canyon in Washington toont onomstotelijk aan dat een multi-gelaagd landschap zoals de Grand Canyon in zéér snelle tijd kan ontstaan door een vloed.
G) Fossilatie gebeurt enkel wanneer organismen plotseling levend of in goede staat bedekt worden door sediment- of modderlagen. In alle andere gevallen zou het kadaver vergaan. Dat de wereldwijd op aarde voorkomende fossielen zijn ontstaan tijdens een gigantische overstroming blijkt uit de vele onlogische massagraven, de dieren in verschrikte houdingen en dieren met prooi in de bek die gevonden worden.
H) Uit hedendaagse overstromingen blijkt dat een grote vloed de volgende sporen achterlaat: lagen sediment bovenop elkaar vol met door de druk gefossileerde dieren die door de vloed verslonden worden. Met andere woorden: door een vloed ontstaan aardlagen die identiek zijn aan de wereldwijd voorkomende lagen die door evolutionisten worden gezien als zijnde evolutionaire lagen in de geschiedenis! Aardlagen zijn dus een uit de praktijk bewezen voorbeeld van een grote vloed, niet van hypothetische, nooit bewezen evolutionaire stadia.
I) Wanneer je de aardlagen niet interpreteert als representatief voor miljoenen jaren maar als resultaat van een mondiale vloedcatastrofe, dan begrijp je opeens waarom er geen lijn is in de aardlagen en waarom elke vorm van ontwikkeling en chronologie ontbreekt.
J) Het ontstaan van bergketens op de breukvlakken van de tectonische platen, is aannemelijk als het sediment nog vloeibaar was, niet als dit proces in miljoenen jaren zou moeten gaan.
K) Een wereldwijde overstroming is de enige geschiedenis die overal op aarde en door alle volken verteld wordt in hun oude geschriften; van Azië tot Afrika, van Europa tot de Amerikaanse Indianen.

Conclusie
Evolutionisten propageren sinds de 19e eeuw dat de aarde miljoenen jaren oud is. In schoolboeken wordt vaak gezegd dat bergen en aardlagen zijn ontstaan door miljoenen jaren geleidelijke ontwikkeling en erosie. Wat vaak niet verteld wordt is dat in werkelijkheid is vastgesteld dat 75% van de aardlagen op aarde is afgezet door water. Ook vulkanische werking speelt een belangrijke rol. Bergformaties noch aardlagen hebben miljoenen jaren nodig om te ontstaan. Dat er werkelijk miljoenen jaren overheen gegaan zijn, is een aanname op evolutionistische basis. Het maakt namelijk evolutie aannemelijker.

Hoewel geologen beweren dat zoiets als de Grand Canyon onmogelijk in snelle tijd ontstaan kan zijn, is het tegendeel al lang bewezen. De Burlingame Canyon in Washington (6 dagen!) en de uitbarsting van Mount St. Helens tonen onomstotelijk aan dat een Canyon (zoals de Grand Canyon) in zéér snelle tijd kan ontstaan door een vloed. En het onderzoek van dr. Brand van de Loma Linda University in Californië heeft aangetoond dat de sporen van dieren die zijn afgezet in de Grand Canyon ontstaan zijn onder water. Omdat deze onderzoeken niet in het evolutionistische denkraam passen worden ze genegeerd.

Wanneer je de aardlagen objectief bekijkt, moet je vaststellen dat ze op geen enkele manier evolutie aantonen. Ontwikkeling ontbreekt, een lijn ontbreekt, overgangsmodellen ontbreken. Daarentegen is een wereldwijde vloed een zeer goede verklaring voor de aardlagen. Ook de fossielen die we vinden zijn een sprekend voorbeeld van de impact van een vloed. Fossilatie is namelijk geen normale gebeurtenis. Enkel wanneer organismen plotseling levend (of in ieder geval in niet vergane toestand) bedekt worden door sediment- of modderlagen, worden ze gefossileerd. Fossilatie kan bovendien in zeer snelle tijd gebeuren, als de omstandigheden (veel water en hoge druk) maar goed zijn. Dat de fossielen op aarde zijn ontstaan tijdens een gigantische overstroming bljikt uit de vele massagraven, de dieren in verschrikte houdingen en dieren met prooi in de bek die gevonden worden.

De zondvloed is een verklaring voor wat we wereldwijd terugvinden. Op de toppen van het Andesgebergte en de Himalaya vindt men gefossileerde zeedieren en schelpen. De bovenste 3000 ft. (900 meter) van de Mount Everest is door water afgezet sediment, vol zeeschelpen. Er is maar één verklaring die de toets doorstaat: het water stond werkelijk zo hoog!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here