3. evolutie en de natuurwetten

bron: verzwegenwetenschap.nl

0
153

Een korte opsomming van wat we tot nu toe ontdekt hebben: uit de geneticaleer blijkt dat evolutie onmogelijk en nooit aangetoond is. Uit de biologie van dieren blijkt dat een evolutionaire ontwikkeling onmogelijk en nooit aangetoond is. Uit de paleontologie blijkt precies hetzelfde. Maar er zijn nog andere wetenschappelijke vlakken die aantonen dat het concept van evolutie onmogelijk is en zelfs de bewijzen tegen zich heeft. Bovendien gaat evolutie in tegen basale natuur- en wetenschapswetten. Daar zullen we nu naar gaan kijken.


De eerste wet van de thermodynamica
De eerste hoofdwet van de thermodynamica is één van de belangrijkste natuurwetten die ooit is opgesteld. Hij is zo algemeen dat hij door alle wetenschappers wordt omschreven. De wet, ook wel de wet van behoud van energie genoemd, luidt als volgt: Er kan geen energie geschapen worden of verloren gaan. Met andere woorden: de hoeveelheid energie in het universum is constant en verandert niet. Energie kan wel omgezet worden in andere energie, maar er komt nooit meer energie bij, noch gaat er energie verloren.

Toch wordt wereldwijd verkondigd dat ons heelal uit het niets is ontstaan door een ‘big bang’. Deze oerknal begon met een oerwolk die begon uit te dijen in miljarden jaren tijd tot ons huidige universum. Voor deze big bang wat er geen tijd, materie of ruimte. Maar wat vaak niet verteld wordt, is dat materie ook een vorm van energie is en dat energie dus ontstond uit het niets tijdens de big bang. Energie kan gewoonweg niet ontstaan, ook niet door een big bang. Henry Morris, Ph.D zei hierover: “…er zijn vele niet-christelijke astronomen die de oerknal verwerpen. De duidelijke moeilijkheden zijn onder andere de contradictie van de twee universele wetten van thermodynamica, maar er zijn er nog veel meer.”

Als sinds het begin van de wetenschap proberen wetenschappers te bewijzen dat het heelal statisch en eeuwig is, maar ook dat wordt steeds weer weerlegd door andere wetenschappers. Albert Einstein had eveneens berekend dat het heelal een begin had en niet eeuwig was. Toch kon hij dit niet geloven en haalde allemaal rare toeren uit en bouwde een fudge factor in zijn formules om toch tot een statisch heelal te komen. Later noemde hij dit een van zjin grootste fouten. Het heelal is niet eeuwig, maar heeft een begin. Het moment dat alles ontstond uit het niets, kan alleen gebeurd zijn doordat een hogere macht het universum creeerde; een macht die boven alle energie, tijd en materie staat! Want energie kan niet uit zichzelf ontstaan.

Evolutie moet deze wet strikt genomen negeren om de theorie te kunnen blijven handhaven.

FEIT: De eerste wet van de thermodynamica zegt dat er nooit energie bijkomt of verloren gaat in het universum; de hoeveelheid energie blijft constant. Toch zegt de evolutionistische wetenschap dat alle tijd, materie (energie) en ruimte zijn ontstaan tijdens de big-bang en sindsdien is blijven uitdijen. Dit is onmogelijk als de energie altijd constant zou zijn geweest. Energie kan niet uit zichzelf ontstaan.


De tweede wet van de thermodynamica
De tweede hoofdwet van de thermodynamica luidt: Bij de afwezigheid van een organiserende kracht, zijn systemen of processen onvermijdelijk geneigd over te gaan van orde tot chaos. Laat dit eerst goed tot je doordringen voor je verder leest: ieder systeem of proces dat NIET BESTUURD wordt en niet GEORGANISEERD WORDT, maar aan zichzelf wordt overgelaten, heeft de neiging tot WANORDE en CHAOS te vervallen!

Deze wet wordt ook wel de wet van entropie genoemd. Alle elementen in een ruimte proberen zich altijd door de hele ruimte te verspreiden (bijvoorbeeld gas) en dat proces is niet wederkeerbaar. Elementen gaan nooit netjes bij elkaar liggen en zullen zichzelf niet rangschikken. Alles in het universum vervalt tot chaos en wanorde. Dat is de reden dat systemen en apparaten vroeg of laat aan vervanging toe zijn. En dat geldt ook voor het apparaat van ons lichaam! De cellen in ons lichaam zijn constant aan het vervallen. Daarom moeten ze constant ververst en vervangen worden. Dit is de reden dat wij voedsel moeten eten; die leveren energie op die de vernieuwing van cellen in ons lichaam aanstuurt. Entropie is werkzaam in alles op aarde. In feite zijn alle organismen constant aan het vervallen; door energie toe te voegen worden herstelwerkzaamheden volbracht. Wordt het ‘systeem’ aan zichzelf overgelaten, dan vervalt het. Onderhoudt je je lichaam niet, dan valt het lichaam vroeg of laat uiteen!

Deze wet van entropie maakt duidelijk dat als een systeem aan zichzelf wordt overgelaten, en het niet door een organiserende kracht wordt ‘ bestuurd’, het nooit ofte nimmer intelligente structuren zal gaan vormen. Het zal altijd uiteenvallen tot entropie. Toch moet je als evolutionist geloven dat het leven, het eerste levende organisme, de eerste levende cel en zelfs alle onbegrijpelijk complexe organismen ontstaan zijn uit toeval. We hadden een levenloze oersoep, en door het miljarden jaren aan het lot over te laten ontstonden vanzelf perfect uitgedachte systemen!

FEIT: De tweede wet van de thermodynamica zegt dat alle systemen waarbij een organiserende kracht afwezig is onvermijdelijk tot chaos zullen neigen – nooit zullen systemen vanzelf ontstaan, zichzelf verbeteren of zichzelf ordenen. Ondanks dat dit een van de meest basale natuurwetten is, beweert evolutionisme het tegenovergestelde. Er was namelijk een levenloze oersoep, en door het miljarden jaren aan het lot over te laten ontstonden vanzelf de miljoenen perfect uitgedachte systemen en levende organismen die we vandaag de dag zien!

Alle levende organismen zijn opgebouwd uit eiwitmoleculen die weer bestaan uit aminozuren, die volgens een perfecte structuur verbonden zijn. Nooit, maar dan ook nooit, zal de natuur zo’n structuur vanzelf laten ontstaan. Dat zondigt op alle mogelijke manieren tegen één van de belangrijkste natuurwetten, namelijk de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Bioloog drs. Ben Hobrink schreef hierover:

Moleculen zullen nooit vanzelf bij elkaar gaan zitten (en blijven) om een groot eiwitmolecuul te vormen. Eiwitmoleculen zullen nooit vanzelf bij elkaar gaan zitten (en blijven) om een levende cel te vormen. Alles in het heelal werkt precies de andere kant op. Er is niets ter wereld dat aan deze ijzeren wet ontsnapt.
(Bioloog drs. Ben Hobrink, Moderne wetenschap in de bijbel, p.212.)

Er is maar één mogelijkheid waarop er wél structuur ontstaan kan in plaats van chaos, en dat is door de activiteit van levende organismen. Zonder leven kan er nooit een ingewikkelde en hoge orde ontstaan of worden gehandhaafd. Zonder mensenhanden zal er geen mooi gebouw ontstaan uit hout en steen, hoe lang je ook wacht. En zelfs zulke gebouwen zullen weer uiteenvallen. LEVEN is essentieel voor het ontstaan van systemen. Hoe kan dan ooit de ingewikkelde orde van het leven zijn ontstaan als alleen leven die orde kan scheppen? Er is maar één mogelijkheid, en dat is: een hogere macht moet dit leven hebben geschapen en de energie hebben geschapen.

FEIT: Er is maar één mogelijkheid waarop er wél structuur kan ontstaan, namelijk door activiteit van levende organismen. De mens is bijvoorbeeld in staat structuren te scheppen. Enkel wanneer een systeem geörganiseerd en bestuurd wordt wordt de entropie en chaos tegengegaan. Daarom is de enige wetenschappelijke mogelijkheid waarop de complexe structuren op aarde ontstaan kunnen zijn: door activiteit van een levende macht. Dit is een logisch voortvloeisel van de wetten van thermodynamica.

Meer dan 80 jaar geleden beschreef Arthur Eddington de tweede wet van de thermodynamica als volgt: “De wet die stelt dat de entropie toeneemt – de tweede wet van de thermodynamica – staat volgens mij op eenzame hoogte tussen de wetten van de natuurwetenschappen. Als iemand je erop wijst dat jouw theorietje over het universum in staat is met de berekeningen van Maxwell, dan kun je Maxwells berekeningen terzijde leggen. Als je theorie in strijd is is met wat je waarneemt, dan kun je eventueel nog volhouden dat dergelijke expirimenten soms de waarneming vertroebelen. Maar als blijkt dat je theorie in strijd is met de tweede wet van de thermodynamica, kan ik je geen hoop meer geven; er blijft alleen een smadelijke aftocht voor je theorie over.” (geciteerd in The cosmic blueprint van Paul Davies.)

Helaas zondigt evolutionisme gigantisch tegen deze hoofdwet!

In Evolution, Thermodynamics, and Entropy onderstreept Henry Morris, Ph.D. dit, als hij zegt: “Niet alleen is er geen bewijs dat evolutie ooit plaats heeft gevonden, er is zelfs sterk bewijs dat evolutie nooit heeft kunnen plaatsvinden. De wet van toenemende entropie [de tweede wet van de thermodynamica] is een ondoordringbare barrière dat geen enkel voorgedragen evolutiemechanisme ooit heeft kunnen overwinnen. Evolutie en entropie zijn tegenovergesteld aan elkaar en spreken elkaar tegen. Als het entropieprincipe werkelijk een universele wet is, dan moet evolutie onmogelijk zijn.”

Isaac Asimov, een zeer populaire biochemicus, zei over de entropiewet: “Een andere manier om de Tweede Wet uit te leggen is: het universum is constant ongeordender aan het worden!” (Uit: In the Game of Energy and Thermodynamics You Can’t Break Even,” Smithsonian Institute Journal, June, 1970, p. 6.)
De wet van entropie maakt één ding onomstotelijk duidelijk: er is een universeel proces van geleidelijke verandering, maar dit proces is niet een opgaande lijn, maar een neerwaartse! En dit is totaal in lijn met de creationistische theorie, die uitgaat van een perfecte schepping die constant aan het vervallen is. En het is volkomen in lijn met het feit dat alle variatie die plaatsvind onder organismen, bestaat uit genetisch verval (door mutaties), niet uit evolutie!


Chlorofyl en het ‘open systeem’
Evolutionisten moeten de ijzeren tweede thermodynamicawet negeren om hun theorie te kunnen blijven geloven. Dat kan niet anders. Geloven dat de intens ingewikkelde systemen op aarde het product zijn van louter ongestuurd toeval is totaal niet te verenigen met het feit dat systemen de neiging hebben te vervallen tot wanorde. Maar zoals altijd heeft men methodes gevonden de theorie te kunnen behouden, ondanks de tegenbewijzen. Zo zeggen evolutionisten dat de tweede hoofdwet van de thermodynamica alleen van toepassing is op ‘gesloten systemen’ . De aarde, zo zeggen zij, wordt niet aan zichzelf overgelaten, maar krijgt steeds energie toegevoegd van de zon. Dit is een interessant argument wat wetenschappers in staat stelt gewoon te blijven geloven in evolutie, maar het is echter niet steekhoudend. Eigenlijk snijden geleerden die dit als argument aanhalen zichzelf in de vingers. Want het brengt ons bij een dilemma dat nog vele malen groter is, namelijk het chlorofyldilemma.

Namelijk: energie is pas van nut als het systeem waarop het gericht is zó is geconstrueerd dat het de energie kan omzetten in toegepaste energie . Zonnestralen leven op zichzelf geen bruikbare energie. Het is totaal onbelangrijk of er genoeg energie aanwezig is om een proces te laten verlopen; het gaat erom of er bruikbare en toegepaste energie is. Want als je een bom laat ontploffen in een hoop planken, spijkers, glas, verf en stenen, dan wordt er genoeg energie toegevoegd, maar dat betekent niet dat er een mooi gebouw ontstaat. De energie is onbruikbaar! Wanneer energie ongecontroleerd en onbruikbaar is, is het zelfs schadelijk. Om een gebouw te maken heb je bruikbare en toegepaste energie nodig die via ingewikkelde systemen verlopen: je hebt een ontwerp nodig, spierkracht en intelligentie, machines, draden, schakelaars om de elektrische energie op te juiste wijze en in juiste hoeveelheid te kunnen benutten.

Net zo is de energie uit zonnestralen onbruikbaar en zelfs schadelijk, tenzij je die kunt opslaan en gebruiken op de juiste plaats en tijd en in de juiste hoeveelheid. En er is maar één mechanisme in de natuur dat zonnestralen kan opvangen, opslaan en bruikbaar maken, en dat is chlorofyl. Het komt voor in groene planten en een aantal bacterien. Chlorofyl kan het onbruikbare zonlicht omzetten in bruikbare vormen van energie; dit proces noemen we fotosynthese. Planten en bomen kunnen dus energie omzetten doordat zij in hun cellen chlorofylkorrels ingebouwd hebben. Met andere woorden: als er op aarde geen chlorofyl was, zou al het zonlicht onbruikbaar en zelfs schadelijk zijn en zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Want werkelijk AL HET LEVEN OP AARDE is afhankelijk van het chlorofyl in planten (ook ons leven als mens). En chlorofyl is niet iets simpels; het is een vreselijk ingewikkelde stof die werkt via een ontzettend ingewikkeld en goed ontworpen mechanisme, ingebouwd in de plant. Michael Behe noemde het een ‘ onherleidbaar complex systeem’ – zo ingewikkeld dat niet één onderdeel gemist kan worden. En misschien wel het belangrijkste kenmerk van onze natuur, is dat ze bestaat uit miljarden van dit soort buitengewoon complexe systemen, die allen met een verbazingwekkende perfectie functioneren en van elkaar afhankelijk zijn!

Zelfs als je gelooft in een oersoep waaruit het eerste leven is ontstaan, besef je dan goed dat er destijds nog géén chlorofyl was. Chlorofyl zit namelijk in planten en bomen die véél later ontstaan zouden zijn. En chlorofyl is het enige systeem op aarde wat zonne-energie kan omzetten in bruikbare energie voor het leven op aarde. Dus al zou er leven op aarde zijn ontstaan in de oersoep, dan zou het onmiddellijk uitsterven omdat er niet tegelijkertijd het complexe chlorofyl was ontstaan! Dit is een duidelijk bewijs dat het leven op aarde niet uit zichzelf ontstaan kan zijn. Het is daarentegen een enorme aanwijzing dat ons leven op aarde is ontworpen, inclusief chlorofyl dat ons leven mogelijk maakt.

FEIT: Dat evolutionsime tegen de tweede wet van de thermodynamica zondigt, krijgt meestal van evolutionistische zijde een tegenwerping. De wet zou niet gelden voor ‘ons’ aardsysteem, omdat het een open systeem is dat energie krijgt van de zon. Echter, dit legt totaal geen gewicht in de schaal. Energie is pas van nut als het bruikbare, toegepaste energie is die wordt gebruikt door een systeem dat de energie kan omzetten. In andere gevallen in het schadelijk. En er is maar één systeem op aarde dat zonne-energie kan omzetten in bruikbare energie en daardoor het leven op aarde mogelijk maakt, namelijk chlorofyl in planten en bomen. Zonder chlorofyl is zonlicht enkel schadelijke energie!

Zelfs als we aannemen dat er ooit een oersoep was, dan weten we nog zeker dat er destijds nog géén chlorofyl was. Chlorofyl zit namelijk alleen in planten en bomen die véél later ontstaan zouden zijn. Dus al zou er leven op aarde zijn ontstaan in de oersoep, dan zou het onmiddellijk uitsterven omdat er niet tegelijkertijd het complexe chlorofyl was ontstaan!

Stel je nu eens voor dat een wetenschapper zou beweren dat een autofabriek uit het niets ontstaan is. Ooit was er steen, hout, metaal en langzaam maar zeker ging dat bij elkaar liggen en logische structuren vormen. Je kreeg mooie planken, sterke spijkers en die vormden samen muren. Langzaam maar zeker ontstonden machines, systemen en apparaten die onderling steeds perfecter gingen samenwerken. En dat alles vanzelf, zonder sturing.
Klinkklare onzin natuurlijk. Maar wanneer je de desbetreffende wetenschapper ermee confronteert dat dit tegen belangrijke natuurwetten ingaat, zegt hij: “We hebben het hier niet over een gesloten systeem! De zon levert energie die aan de bouw heeft meegeholpen.” Iedereen weet hoe onzinnig dit is!
”Maar al die ruwe grondstoffen kunnen toch niet zomaar toevallig zonder sturing een structuur gaan vormen en bij elkaar gaan liggen?” De wetenschapper zou antwoorden: “Jawel, uit onderzoek is gebleken dat door aardbevingen en andere invloeden beweging kan ontstaan bij de grondstoffen, die dus toevalsgewijs met elkaar in contact komen…” Dit is de grootste onzin ooit. En dit is exact wat evolutionisten beweren. In werkelijkheid hebben we het zelfs over systemen die ingewikkelder zijn dan een autofabriek. Allemaal zouden ze ontstaan zijn zonder sturing, zonder leven en bovendien: zonder intelligentie. Laten we daar nu eens wat dieper op ingaan.


De intelligentie- en informatiewet
Op dit moment leven er op aarde tienduizenden ingenieurs. Slechts sommigen van hen slagen erin in de loop van hun leven met veel denkwerk een innovatief systeem te bedenken dat echt origineel is en de technologie vooruit brengt. Vaak vinden ze dat niet in hun eentje uit, maar met een heel team ingenieurs. Bovendien, voor iedere uitvinding die op aarde wordt gedaan zijn de uitvindingen van hun voorgangers van belang. Zo kon een televisie niet gebouwd worden als er niet al eerder electricitieit, lampen en fotografie uitgevonden waren.

Het is blijkbaar niet gemakkelijk een efficiënt en goed bruikbaar systeem te creeeren. Er komt gigantisch veel denkwerk, zoekwerk en analyse bij kijken. Om een ingewikkelde machine of fabriek te ontwikkelen moeten er intelligente personen zijn die het bedenken en testen. Zij moeten er in latere stadia fouten eruit filteren, want het minste onderdeeltje wat niet werkt kan fataal zijn voor het totale proces. En die intelligente personen hebben bovendien kennis nodig.

Dit is een belangrijke natuurwet die je echter niet vaak meer hoort: Intelligentie en kennis zijn twee basisvereisten voor het ontstaan van een systeem. Intelligente systemen ontstaan nooit uit zichzelf zonder intelligentie. Kort gezegd betekent dit dat intelligente informatie nooit ontstaat uit non-informatie, noch intelligentie vanuit non-intelligentie. Deze wet gaat hand in hand met de tweede wet van de thermodynamica, die zegt dat alles in ons universum vervallen wil tot chaos. Enkel een intelligente macht kan dit proces doorbreken en dingen construeren en creëeren!

Je zult wel begrijpen waarom je deze regel niet vaak hoort. Het is namelijk onverenigbaar met de evolutietheorie, die zegt dat alle informatie intelligentie op aarde is ontstaan uit toevalsprocessen. Het is echter vreemd dat op alle andere vlakken van de wetenschap (buiten evolutionisme) deze wet wel strikt gehandhaafd wordt. Bijvoorbeeld: stel dat ruimtestations via satellieten golven ontvangen uit de ruimte, die omgezet de volgende getallen weer blijken te geven: 2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, 23, 29, 31, 37, 41, 43, 47, 53, 59, 61, enz. In dat geval zouden onderzoekers onmiddellijk aannemen dat een intelligente macht de golven de ruimte in stuurt. Het is namelijk een opsomming van priemgetallen , waarvoor wiskundige kennis nodig is. Wiskunde is een ‘universele taal’ Een niet-intelligente macht is niet instaat zoiets te coderen.

Maar laten we het nu eens hebben over de allersimpelste levensvorm op aarde: een eencellige. Zo’n eencellig organisme is opgebouwd uit een aantal onherleidbaar complexe systemen. Darwin kon dit nog niet weten. Wij weten het nu wel. In een eencellige ligt meer informatie opgeslagen dan in duizend encyclopedieën. Zo’n simpel organisme is zelfs nog opgebouwd uit enorm ingewikkelde, wiskundig perfecte systemen. En toch zeggen evolutionisten dat dit ‘eerste levende organisme’, wat een gigantisch complex apparaat is (en duizenden keren ingewikkelder dan het rijtje priemgetallen), is ontstaan vanuit… het niets!
Zomaar. Zonder intelligentie. Door toeval!

Jonathan Sarfati sloeg de spijker op de kop in een artikel in Creation Magazine:

Het is tragisch dat miljoenen dollars verspild worden aan het zoeken van complexe signalen uit de ruimte die zouden bewijzen dat er een buitenaardse intelligentie is, terwijl zulke mensen weigeren aan te nemen dat de complexe signalen in ons DNA en eiwit wijzen naar een Intelligentie die ons gemaakt heeft.
(Uit: Life on Mars? Separating fact from fiction – Jonathan Sarfati)

Als men een reeks priemgetallen uit de ruimte zou ontvangen, zouden wetenschappers ervan uitgaan dat er een intelligent wezen achter moet zitten. Echter, de gedachte dat achter het leven op aarde, dat een veel grotere en complexere wiskundige perfectie kent, eveneens een intelligent wezen zit is volgens dezelfde wetenschappers ‘onwetenschappelijk’.

De enorme complexiteit van eencelligen wordt op scholen min of meer verzwegen, omdat dit het geloof in evolutie zo moeilijk maakt. Het zijn de wetenschappers die bepalen welke feiten jou wel of niet bereiken. In schoolboeken en wetenschappelijke lectuur wordt daarom praktisch niet gesproken over de complexiteit van eencelligen. Toch is het een vaststaand feit. De wereldberoemde biochemicus Ernst Chain zei hierover: ‘Ik heb al jarenlang gezegd dat speculaties over de oorsprong van het leven geen nuttig doel dienen, om dat zelfs de eenvoudigste levensvorm veel te complex is om begrepen te worden in termen van de buitengewoon primitieve chemie die natuurwetenschappers hebben gebruikt in hun pogingen het onverklaarbare te verklaren dat miljarden geleden heeft plaatsgevonden. God is niet weg te verklaren door zulke naieve gedachten.’ (Ernst Chain, geciteerd door R.W. Clark in The life of Ernst Chain, Penicillin and beyond, p. 148.)

En dr. Morris zei hierover: ‘Zelfs het kleinste eencellige organisme, de soort waarvan evolutionisten beweren dat die overeenkomt met de organismen die spontaan evolueerden uit niet-levende chemicalien, is zo complex dat wij er niet in slagen het te begrijpen, laat staan na te maken. (…) Zelfs de eenvoudigste cel is complexer dan een supercomputer. ‘ (Dr. John D. Morris, Ph.D. Geological Engineering, in In six days, why 50 scientists choose to believe in creation, p. 288)

Bij priemgetallen uit de ruimte zou men er vanuit gaan dat een intelligente macht ze gecodeerd moet hebben .

Bij véél ingewikkeldere eencellige organismen gelooft men alles behalve dat er een intelligente macht achter hun codering moet hebben gezeten…!

De informatie- en intelligentiewet is zo basaal en logisch, dat niemand hem zou weerspreken wanneer we het over dagelijkse dingen hebben. We weten dat alles wat we op aarde tegenkomen aan gebouwen, schilderijen, kunst, toestellen en apparaten is ontstaan door intelligentie. Maar wanneer we het hebben over de veel ingewikkeldere systemen van het leven, dan is het opeens onwetenschappelijk om te stellen dat er intelligentie aan te pas moet zijn gekomen.

FEIT: De informatie- en intelligentiewet is zo basaal en logisch, dat niemand hem zou weerspreken wanneer we het over dagelijkse dingen hebben. Alle wetenschappelijke vlakken beamen deze gedachtegang. Evolutie is de enige tak van de wetenschap waar hij volkomen genegeerd wordt. En dat moet ook, want de theorie is gefundeerd op een basis die haaks staat op deze wet.

Wat de informatie- en intelligentiewet nog eens onderstreept, is het feit dat de hele schepping gecodeerd is volgens een (wiskundige) blauwdruk. De structuur van het leven heeft absoluut geen kenmerken die erop wijzen dat ze uit toeval is ontstaan. Bijvoorbeeld: alle levende organismen zijn ontworpen in de verhoudingen van de ‘gulden snede’. Bijna altijd is de lengte ten opzichte van de breedte van bladeren ontworpen naar de gulden snede. Maar ook de mens is volledig opgebouwd uit gulden snede-verhoudingen. De getallenreeks die voortkomt uit de gulden snede (de zogenaamde Fibonacci-reeks, genoemd naar de ontdekker ervan) is ook overal terug te vinden in de schepping; van blaadjes aan de bomen tot aan de curven van een slakkenhuis.

Afbeelding: Veel mensen geloven wel in evolutie omdat een chimpansee nog wel met enige fantasie naar een mens gekoppeld kan worden. Maar over de onlogica van het hele plaatje wordt zelden nagedacht. Want eigenlijk zegt evolutie: je hebt een levenloze oersoep van gassen, en als je maar lang genoeg wacht is er bovenstaande ontstaan – een mens met een lichaam waar onbegrijpelijk ingewikkelde processen in perfectie worden uitgevoerd. Een mens die vreugde voelt, liefde ervaart, een zelfbewustzijn heeft. Een mens die ziet, hoort, ruikt, voelt, denkt en leeft. En dat alles zonder ontwerp of doel.


Experiment van Stanley Miller
Er is geen enkele mogelijkheid bekend hoe leven zou kunnen zijn ontstaan vanuit niet-leven. Helaas is het zo dat twee generaties studenten via schoolboeken is onderwezen dat Stanley Miller’s beroemde experiment met een mengsel van gassen de oorsprong van leven heeft bewezen. Dat is echter niet waar. Dat is wat de media ervan maakte en wat de geleerden overal op aarde overnamen.

In het biologieboek dat ik op de middelbare school te bestuderen kreeg, stond dat Miller een oersoep had nagebootst en via chemische reacties leven had gecreëerd. Nu wat er werkelijk gebeurd was: Miller maakte een mix van methaan, ammonia, hydrogeen en watergas en gaf het geheel een elektrische schok. Aan het eind van het experiment zaten er tussen de ontstane stoffen een paar aminozuren . Omdat aminozuren de schakeltjes zijn in lange ketens van proteïnen, en proteïnen op hun beurt belangrijk zijn voor ons lichaam, brachten kranten groots in het nieuws dat er wetenschappelijk bewijs was dat leven is ontstaan door chemische reacties!

In werkelijkheid bewees Miller helemaal niets over het ontstaan van het leven, en hebben wetenschappers dat ook later toegegeven. Bijkomend probleem was dat Miller voor zijn experiment talloze ingewikkelde processen moest tegenhouden die in de vrije natuur wel hun vrije loop zouden hebben gehad. Hij liep namelijk tegen het dillemma op dat veel voorkomende kruisreacties van de ontstane biochemische stoffen tot vernietiging van de ontstane aminozuren zouden leiden. Bijvoorbeeld: Miller moest zuurstof weren uit de test, omdat zuurstof anders de aminozuren onmiddelijk vernietigd had. En dat terwijl uit geologisch onderzoek gebleken is dat zuurstof altijd aanwezig is geweest op aarde. Miller moest kunstmatig vele vervuilende stoffen en onzuiverheden verwijderen om de stoffen te doen ontstaan die in levende organismen aanwezig zijn. Met andere woorden: als Miller de natuur zijn loop had gelaten waren de aminozuren onmiddellijk vernietigd.

Concluderend kunnen we zeggen dat: a) Miller geen leven creëerde, maar slechts enkele morsdode aminozuren die ook in organismen voorkomen; b) Miller’s expiriment niets bewees over het ontstaan van leven; c) Millers expiriment juist liet zien dat het proces van leven een nauwkeurig geprogrammeerd samenspel nodig heeft van duizenden stoffen, reacties en systemen – een samenspel dat onmogelijk door toeval voltrokken kan worden.


Kansberekening verklaart dat evolutie onmogelijk is
Laten we nog even terugblikken op hoe het allemaal begon. Samengevat is volgens de evolutietheorie het leven een paar miljard jaar geleden ontstaan in een levenloze chaos, genaamd de oerzee of oersoep. Door toeval botsten de juiste moleculen bij elkaar en ontstonden steeds langere en meer ingewikkelde moleculen. Dit ging door totdat er een molecuul was die zichzelf kon voortplanten en een levend wezen vormde. Je moet je goed beseffen dat het evolutionisme ervanuit gaat dat hoe langer iets bestaat, hoe groter de kans is dat het zich vanzelf ontwikkelt tot een hoger niveau! Dit gaat echter volkomen in tegen de hoofdwetten van de thermodynamica. En hoe meer we gaan begrijpen van de chemische processen in levende cellen, hoe meer we erachter komen dat leven niet uit toeval kan ontstaan. Leven is een ongekend ingewikkeld systeem waar een hogere intelligente aan te pas moet zijn gekomen. Enkel de voorgeprogrammeerde organisatie zorgt ervoor dat alle eiwitten in een cel met elkaar samenwerken. Valt één stofje of eiwit uit, dan werkt het niet.

In Darwins tijd kon men in evolutie geloven. Men wist nog niets van de binnenkant van levende cellen. Ernst Haeckel, een vooraanstaande evolutionist, claimde destijds dat een cel een ‘eenvoudig klompje van een eiwithoudende combinatie koolstof’ was. Tegenwoordig weten we wel beter. De levende cel is onherleidbaar ingewikkeld ontworpen.

Afbeelding: Alleen al een simpele zweephaar van een eencellige is zo onbegrijpelijk complex en uniek ontworpen, dat er nooit een geleerde is geweest die ook maar heeft geprobeerd te beschrijven hoe hij zou kunnen zijn geëvolueerd. Volgens neodarwinisten was zo’n eencellige in een levenloze oersoep bij toeval ‘ontstaan’.

Omdat we tegenwoordig grotendeels weten hoe complex een levende cel in elkaar zit, kunnen we via een andere wetenschappelijke tak, namelijk wiskundige kansberekening, berekenen hoe groot de kans is dat zo’n levende cel is ontstaan uit het niets. We kunnen simpel gezegd de basis van de evolutietheorie berekenen op waarheidskans. Voor deze berekening doen we een enorme concessie, want we sluiten twee gigantische evolutiedillemma’s uit. We gaan namelijk even uit van de volgende onmogelijke situatie:
a. een molecuul dat eenmaal in de oerzee is gevormd, gaat nooit meer stuk.
b. alle nodige grondstoffen voor de bouw bevinden zich binnen handbereik van het molecuul.
(Let erop dat deze twee aannames zondigen tegen de wetten van de thermodynamica!)

Wel, eiwitmoleculen zijn opgebouwd uit maximaal 20 verschillende aminozuren. De eiwitmoleculen hebben een codering die is opgebouwd uit (honderden van) deze 20 aminozuren, vergelijkbaar met zoals deze tekst gecodeerd wordt door middel van de 26 letters van ons alfabet. Al deze aminozuren werken feilloos en geordend samen. Stel dat een eenvoudig eiwitmolecuul van 100 aminozuren vanzelf ontstaat, dan is de kans dat zo’n molecuul volgens een bepaald patroon ontstaat dus een kans van 1 op 20100 oftewel 1 op 20-tot-de-honderste-macht (ongeveer hetzelfde als 1 op 10130).

Met andere woorden: die kans is 1 : 10 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 (130 nullen!!).

De kans dat een simpel eiwit met honderd aminozuren vanzelf ontstaat (en dat is wat evolutionisme beweert), is dus 1 staat tot een getal met 130 nullen. Dit soort getallen zijn zo ontzettend kosmisch groot dat wij ze niet kunnen begrijpen. Maar een vergelijking kan misschien een beetje een idee geven hoe ontzettend groot dit getal is. Het hele universum, dus inclusief alle melkwegstelsels, sterren en planeten bij elkaar, is opgebouwd uit atomen. Alle atomen bij elkaar bevatten ongeveer 1080 elektronen. Volgens evolutionisten is het heelal maximaal 30 miljard jaar oud, en dat is 1018 seconden. Als nu alle elektronen in het hele universum 30 miljard jaar lang iedere seconde een miljard keer reageren, dan zouden er in al die 30 miljard jaar in totaal 1080 x 1018 x 109 = 10107 reacties zijn geweest. Het aantal reacties is dan nog steeds kleiner dan het megagrote getal wat we zojuist behandeld hebben. Het uit toeval ontstaan van een simpel eiwit is onmogelijk. De kans is 1 : 1 met dertig nullen, een onbegrijpelijk kleine kans.

Deze berekening is moeilijk te begrijpen, maar het laat zien dat het volkomen onmogelijk is dat zelfs maar één klein ‘levend molecuul’ door toeval zou ontstaan. En dan moet je je beseffen dat zelfs het eenvoudigste levende wezentje dat we kennen, een micrococcus, nog uit 200.000 zeer ingewikkelde moleculen bestaat! Alleen al een ‘eenvoudige’ zweephaar van een bacterie is opgebouwd uit 200 verschillende soorten eiwitten die allemaal feilloos samenwerken. Een zweephaar is zo onbegrijpelijk complex en uniek ontworpen, dat er nooit een geleerde is geweest die ook maar heeft geprobeerd te beschrijven hoe hij zou kunnen zijn geëvolueerd! En één cel uit de lever van de mens bevat zelfs 53 miljard ingewikkelde eiwitmoleculen. Een mens bestaat in totaal uit meer dan 50.000.000.000.000 cellen die eindeloos veel variaties vertonen in functie en bouw.
Dit kan ONMOGELIJK vanzelf zijn ontstaan.
Sterker nog, iedereen die dit werkelijk beweert en gelooft, is niet goed snik.
De reden dat evolutionisten dit geloven, is omdat ze het moeten geloven om hun theorie te kunnen blijven leren, en vanwege hun filosofische voorkeur. Maar op basis van wetenschappelijke analyse, moet iedereen eerlijk toegeven dat het ontstaan van leven zo onbeschrijfelijk en onbegrijpelijk complex is dat het nooit door toevallige reacties kan zijn ontstaan.

Ik zou evolutionisten dan ook willen oproepen hier eens een verklaring voor te geven in plaats van eindeloos met botjes en tanden van uitgestorven apen te proberen aan te tonen dat er evolutie is geweest. Geef eerst een verklaring voor de wortel onder je theorie, voor je hem gaat ‘bewijzen’!

FEIT: Kansberekening toont aan dat alleen een eiwitmolecuul al onmogelijk uit zichzelf kan ontstaan. De kans dat dit gebeurt is namelijk 1:10 130 , een duizelingwekkend kleine kans. En dan hebben we, om de uitkomst niet nog veel groter te laten zijn, voor deze berekening zelfs twee onmogelijke aannames gedaan die tegen de thermodynamicawetten zondigen! En… het eenvoudigste levende wezentje dat we kennen, een micrococcus, bestaat niet uit één, maar uit 200.000 van dit soort zeer ingewikkelde moleculen.

Maar we zijn er nog niet. Zelfs al zouden er in een cel door toeval duizenden ingewikkelde eiwitmoleculen aanwezig zijn en genoeg genetisch materiaal, dan nog gebeurt er helemaal niets! De aminozuren in een eiwit moeten namelijk in een hele systematische orde worden geplaatst, net zoals de letters in een boek. Klopt de structuur van letters in een boek niet, dan is het onleesbaar en onbruikbaar waardoor het fui??g hFewf30N0 9dsj((jdd. (ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel!)
Met andere woorden, zonder de geordende perfect uitgedachte structuur en volgorde de aminozuren in een eiwit, kan het systeem niet werken. En de volgorde van de aminozuren zijn voorgeprogrammeerd in het DNA! Zonder deze informatie kan een cel niet werken.

Geleerden hebben berekend dat het erfelijk materiaal in één levende cel evenveel informatie bevat als 2000 boeken met 600 bladzijdes met 500 woorden per pagina (3 miljard letters). Dat is ongeveer evenveel als 600 bijbels. De kans dat een cel vanzelf ontstaat is dus even klein als wanneer een aap 600 keer een complete bijbel typt zonder fouten. De kans is even groot als wanneer je duizenden letterbakken van een toren gooit met in totaal 3 miljard losse lettertjes, die onderaan een schitterend en logisch verhaal gevormd hebben.

En dit is nog maar een tipje van de sluier omtrent de ongekende complexiteit van alleen al één levende cel. In werkelijkheid bestaan alle organismen op aarde, van een cactus tot een zebra, van een sprinkhaan tot een dolfijn, uit duizenden en duizenden van dit soort ongekend ingewikkelde biochemische processen en structuren die dus allemaal uit zichzelf ontstaan moeten zijn. Evolutionisten gaan over dit dilemma nooit de discussie aan, omdat ze weten dat ze hem verliezen. Niemand kan hier iets tegenin brengen, want het zijn feiten. Alle argumenten die evolutionisten in de wereld brengen en op alle pro-Darwin sites worden overgenomen, zijn gebaseerd op (dubieuze) skeletreconstructies zoals we eerder behandeld hebben. Het dilemma rondom alle ingewikkelde processen in het lichaam wordt gewoon compleet verzwegen!

De Amerikaanse professor en biochemicus Michael Behe schreef: “Het idee van de darwinistische moleculaire evolutie heeft geen wetenschappelijke basis. De wetenschapsliteratuur – tijdschriften of boeken – bevatten geen enkele publicatie die beschrijft hoe moleculaire evolutie van echte, complexe biochemische systemen heeft plaatsgevonden of ook maar zou kunnen plaatsvinden. Er wordt wel beweerd dat een dergelijke evolutie heeft plaatsgevonden, maar die beweringen worden nooit gestaafd met relevante experimenten of berekeningen. Gezien het ontbreken van een autoriteit om kennis claims op te baseren, kun je met recht zeggen dat darwinistische moleculaire evolutie een leeg begrip is.” (Michael Behe, Intelligent Design Theory als a tool for analysing biochemical systems.)

Prof. dr. ir. Arie van den beukel, een Nederlandse natuurkundige, zegt hierover in Schitterend Ongeluk of Sporen van Ontwerp “De ‘wetenschappelijke verklaring(en)’ van het ontstaan van de eerste levende cel (oersoep, kleitheorie, of, iets moderner: RNA-mechanismen) zijn nog precies wat ze tien jaar geleden ook waren: sciencefiction. Verhaaltjes.”

FEIT: De waarheid rondom de complexiteit van de levende cel, aminozuren en perfect geordende eiwitmoleculen en de kans dat dit vanzelf is ontstaan is zo confronterend en onweerlegbaar, dat evolutionisten nooit de discussie aangaan over dit onderwerp.

Praktisch alle argumenten die evolutionisten (unilateraal) in de wereld brengen en op alle pro-Darwin sites worden overgenomen, zijn gebaseerd op (dubieuze) skeletreconstructies zoals we eerder behandeld hebben. De echte wetenschappelijke problemen rondom evolutie worden doodgezwegen omdat geen enkele wetenschapper er antwoord op heeft.

En dan hebben we het alleen nog maar gehad over goed werkende biochemische systemen. Denk ook eens na over de systemen die in organismen zitten zoals het echolocatiesysteem in dolfijnen en vleermuizen, het ingewikkelde springmechanisme van een sprinkhaan, ons complexe spijsverteringssysteem, het wapensysteem van de kanonstor, etc. Sorensen legt uit over de ongekende ingewikkeldheid van een sprinkhaan : “Om een sprinkhaantje in elkaar te kunnen zetten, moet je een genie zijn in biologie, chemie, fysica, wiskunde, informatica, en nog veel meer.” Een sprinkhaan is ingewikkelder dan de meest complexe fabriek op aarde. Zeker als je nagaat dat naast de duizelingwekkende constructie van het lichaam, het diertje ook een uitstekend geprogrammeerd instinct moet hebben. Of denk eens aan onze handen en vingers, die tot in de details perfect geconstrueerd zijn om te grijpen, vast te houden, mee te werken…. Of denk eens aan jouw ogen: die vangen licht op, wat geprojecteerd wordt en door je hersenen worden omgezet in beelden – beelden die driemensionaal zijn omdat je twee ogen hebt!
Charles Darwin schreef in The Origin Of Species het volgende: ”Te veronderstellen dat het oog, met al zijn onnavolgbare handigheden voor het regelen van de focus naar verschillende afstanden, voor het toelaten van verschillende hoeveelheden van licht en voor de correctie van sferische en chromatische aberratie, door natuurlijke selectie gevormd kan zijn, lijkt, ik beken het ronduit, absurd in de hoogste graad.”

Maar sta ook eens stil bij het uiterlijke ontwerp van dieren zoals de zebra, de pinguïn, de pauw, enzovoorts. Dit alles heeft onweerlegbaar een ontwerp nodig, en dus een ontwerper. Geen ontwerp zonder ontwerper. Da’s geen dogmatische religiositeit, maar een puur wetenschappelijk feit. Niks op aarde wat een ontwerp heeft is tot stand gekomen zonder een ontwerper! De wijze waarop evolutionistische wetenschap met alle macht niet aan een ontwerper wil denken is juist dogmatisch en onwetenschappelijk.

Voor een goede uiteenzetting over de complexiteit van organismen, en dan in het bijzonder een eencellige, en welke duizelingwekkend ingewikkelde processen er allemaal moeten zijn ontstaan op één moment uit het niets, verwijs ik naar de studie van bioloog drs. Ben Hobrink, Moderne wetenschap in de bijbel.


Het universum en de ongekend complexiteit
In boeken, tijdschriften en documentaires wordt nogal eens het beeld gecreëerd dat alle wetenschappers tegen het concept van een ontwerper achter de schepping zijn. Het is inderdaad zo dat veel evolutionistische wetenschappers dit zo doen voorkomen. Geleerden die zijn opgevoed in de evolutieleer wordt altijd geleerd dat een ontwerper of schepper niet meer nodig is in moderne wetenschap en dat evolutie de enige wetenschappelijke verklaring is voor het leven. Toch zijn er belangrijke geleerden die geloven in een schepper van alle leven. Neem nou wetenschappers die het universum en de ruimte bestuderen. Op de aarde is leven mogelijk omdat er een groot aantal zaken rondom de planeet perfect zijn afgesteld op leven. Deze perfecte omstandigheden noemen we de antropische constanten. Het zijn er 120 in totaal. Te denken valt aan de nauwkeurige afstand van zon en maan op de aarde, de zwaartekracht op aarde, het aantal zonuren, de wenteling van de planeet, de dampkring, etc. Wanneer ook maar één van deze constanten een zeer kleine afwijking zou vertonen, zou het leven op aarde onmogelijk zijn geworden. Als de aarde ook maar íets dichter bij de zon zou staan zou alle leven op aarde vernietigd worden. Zouden we iets verder van de zon afstaan, zou alles omkomen van de kou. Dit is nog maar een puntje van de ijsberg, want in werkelijkheid is alles nog gedetailleerder perfect in afstelling. Het lijkt erop dat de aarde is ontworpen voor leven. Realiseer je alleen al dat de diameter van de maan, zoals wij hem in onze lucht zien, exact even groot is als de zon, terwijl de zon véél groter is. Dat is een uniek verschijnsel op aarde. Daardoor maken wij zo nu en dan een eclips mee waarbij de zon volkomen verduisterd wordt.

De 120 antropische constanten zijn onverklaarbaar aan de hand van toeval. Willekeur is gewoon uitgesloten. Men heeft berekend hoe groot de kans is dat toevallig aan al deze voorwaarden voldaan zou zijn voor een willekeurige planeet in het universum… de kans werd berekend op 1 : 1128. Die kans is even onbegrijpelijk klein als de genoemde kans dat er een eiwitmolecuul vanzelf ontstaat. Op wiskundige basis kunnen we dus ook maar een conclusie trekken: het universum is niet toevallig ontstaan, maar nauwkeurig ontworpen. Het is onmogelijk dat aan alle voorwaarden voor leven met zulk een perfectie wordt voldaan zonder dat iemand dat ingesteld zou hebben. Zoals Isaac Newton zei: “Wie wond de klok op?”

Zeker niet alle geleerden gaan mee in de filosofie dat er geen Schepper is en dat wij producten zijn van willekeur en toeval. Toen men Wernher von Braun, de vader van de Amerikaanse luchtvaart en een van de belangrijkste wetenschappers op het gebied van de ruimte en het universum, vroeg zijn visie te geven op het ontstaan van de aarde, antwoorde hij:
“Voor mij is het idee van creatie onmogelijk los te koppelen van de noodzaak van ontwerp. Men kan niet worden blootgesteld aan de wetmatigheid en orde van het universum zonden te concluderen dat er een ontwerp en doel achter moet zitten. In de wereld om ons heen kunnen we de overduidelijke openbaring aanschouwen van een geordend en gestructureerd plan van ontwerp (…). En we voelen ons nederig door de sterke krachten die werkzaam zijn op galactische schaal, en de doelgerichte ordelijkheid van de natuur. (…) Hoe beter we de complexiteit van het universum en al zijn havens kennen, hoe meer reden we hebben ons te verwonderen over het inherente ontwerp waarop het is gebaseerd. (…) Gedwongen te zijn te moeten geloven in enkel een conclusie – dat alles in het universum is gebeurd door toeval – zou de objectiviteit van wetenschap zelf geweld aandoen. Natuurlijk zijn er mensen die beweren dat het universum is ontstaan vanuit een willekeurig proces, maar wat voor een toevalsproces zou de hersenen van de mens of het systeem van het oog kunnen produceren? Sommigen (…) dagen wetenschap uit om het bestaan van God te bewijzen. Maar woeten we echt een kaars aansteken om de zon te zien? Wat voor een vreemd principe is het dat sommige physica een onwaarneembare elektron als werkelijkheid accepteren, terwijl zij weigeren de realiteit van een Ontwerper te accepteren met de reden dat ze hem niet kunnen waarnemen?” (Citaat overgenomen uit The Collapse of Evolution, Scott Huse, p.159,160)

Er wordt maar al te vaak het beeld gecreeerd dat de bigbangtheorie verklaart hoe alles ontstaan is. Behalve dat de bigbangtheorie slechts een hypothese is, werpt zij op talloze zaken geen licht. Als er geen Creator of Schepper is, hoe is het dan mogelijk dat er iets is, en niet niets ? Hoe verklaren we uberhaupt dat er materie is, dat voor ons zulke normale zaken als ‘tijd’ en ‘ruimte’ er zijn, dat er een universum is? Als er geen ‘bron’ is waar dit alles uit voortkomt, hoe kan het dan dat er uberhaupt iets is?

Hoewel wetenschappers het lang niet wilden geloven weet men tegenwoordig dat het universum een begin heeft. Ergens is tijd, materie en ruimte dus begonnen. De evolutionisten hebben de bigbangtheorie aangegrepen als verklaring omdat zij weten dat het universum ooit begonnen is, maar absoluut niet over een schepper willen nadenken. Volgens evolutiefilosofie bestaat het universum al vele miljarden jaren en onze aarde al 4,6 miljard jaar.

De belangrijkste bewijzen dat het heelal een begin heeft, zijn de talloze processen die plaatsvinden op kosmologisch en astronomisch niveau die duidelijk teruggaan zijn naar een berekenbaar beginpunt. We kunnen deze processen stuk voor stuk terugrekenen, zoals de onderstaande opsomming laat zien:

 

Processen in het universum en hun berekende beginpunt
Het vervalproces van kometen:
kan niet langer dan maximaal 10.000 – 100.000 jaar aan de gang zijn
Kometen bestaan sinds het begin van ons zonnestelsel en ‘ontstaan’ niet. Ze vervallen continu omdat zij met de zon in aanraking komen. Daarom kunnen zij niet ouder worden dan 100.000 jaar. De meeste kometen hebben echter een leeftijd van 10.000 jaar. Hieruit blijkt dat ons zonnestelsel niet ouder kan zijn dan 10.000 – 100.000 jaar.
Het afdrijvingsproces van de maan:
kan maximaal 1,4 miljard jaar aan de gang zijn
Vanwege de zwaartekrachtswerking tussen maan en aarde drijft de maan ieder jaar 4 centimeter af van onze planeet. Terugrekenen laat zien dat het absolute maximum waarop deze afdrijving begon 1,4 miljard jaar geleden is – voor die tijd zouden de maan en aarde elkaar raken, wat onmogelijk is.
De zonnekrachtstoename:
Kan nog geen miljarden jaren aan de gang zijn
Vanwege de opbranding van de nucleaire stoffen gaat de zon steeds heftiger schijnen. Terugrekenen laat zien dat de zon daarom enkele miljarden jaren geleden veel zwakker moet zijn geweest dan nu, iets wat leven op aarde (en dus ook evolutie) steeds onmogelijker zou maken. Bovendien is er nergens op aarde een aanleiding te vinden dat de zonnekracht ooit veel minder was. Dit wijst duidelijk naar een aarde en zon die nog geen miljarden jaren oud kunnen zijn.
Het proces van sterrenrotatie:
Kan maximaal enkele honderden miljoenen jaren aan de gang zijn
De sterren van ons zonnestelsel roteren met verschillende snelheden. De geobserveerde rotatiesnelheid is zo snel dat wanneer ons zonnestelsel ook maar ‘slechts’ een paar honderd miljoen jaar oud zou zijn, het een ongeordende massa sterren zou zijn geworden zonder de spiraalvorm die het nu nog wel heeft. De roterende spiraal die we nu signaleren kan niet langer aanhouden dan zo’n 100 miljoen jaar.
Afnameproces van het magnetisch veld van de aarde:
Kan maximaal 10.000 jaar aan de gang zijn
Het magnetische veld van de aarde neemt zeer snel af (met factor 2,7 in duizend jaar). Uit berekeningen blijkt dat de aarde niet ouder kan zijn dan 10.000 jaar – tegen die tijd zou de magnetische kracht veel te sterk zijn.
Verval van Saturnusringen:
kan maximaal 30 – 100 miljoen jaar aan de gang zijn
De ringen van Saturnus vervallen continu zo snel dat ze maximaal 30 tot 100 miljoen jaar oud kunnen zijn. Ze moeten er echter al zijn sinds het ontstaan van ons zonnestelsel, want ze kunnen niet later zijn gekomen (onderzoeken hebben aangetoond dat het ontstaan ervan zelfs in 30 miljard jaar niet lukt). Ons zonnestelsel kan dus niet ouder zijn dan 100 miljoen jaar.
Supernova’s:
kunnen niet langer dan 7000 jaar lang aan de gang zijn
Uit onderzoek weten astronomen dat er ongeveer iedere 25 jaar een supernova (exploderende ster) plaatsvindt die vervolgens voor miljoenen jaren zichtbaar blijft. De leeftijd van ons zonnestelsel is dus te benaderen door het aantal supernovaresten te tellen. Toch vinden we slechts resten van 200 supernova’s. Dat brengt de leeftijd van het universum op een maximum van 7000 jaar.
Ethaanneerslag op Titanus:
kan nog geen miljarden jaren aan de gang zijn
Astronomen signaleren dat ethaan de atmosfeer van Titanus binnenkomt als vloeibare stof, en daarna de atmosfeer niet meer uit kan. In miljarden jaren zouden meren of zelfs oceanen van ethaan ontstaan zijn op het oppervlak van Titanus. Toen de Huygens-sonde landde op Titanus bleek er echter een droge bodem te zijn en geen ethaan-plassen. Dit wijst erop dat Titanus nog geen miljarden jaren kan bestaan.
Heliumophoping in de atmosfeer:
maximaal een miljoen jaar aan de gang
Alle natuurlijke radioactieve elementen produceren helium als ze vervallen. In miljarden jaren zou er enorm veel helium moeten worden gevonden in de atmosfeer van de aarde. De atmosfeer heeft vandaag de dag echter maar 0,05% van het heliumgehalte dat het zou moeten hebben in 5 miljard jaar. Dit laat zien dat de atmosfeer nog geen miljoen jaar kan bestaan.
Water- en winderosieprocessen op aarde:
maximaal 12 miljoen jaar aan de gang
Ieder jaar eroderen water en wind zo’n 25 miljard modder en gesteente van de continenten en spoelen het in de oceaan. Dit zou volgens evolutionisten al aan de gang zijn sinds de oceanen ontstonden, 3 miljard jaar geleden. Als dat zo zou zijn zouden we een kilometersdikke laag modder op de zeebodem moeten vinden. Toch is de gemiddelde modderdiepte van de oceanen minder dan 400 meter. Hierdoor kan de aarde en haar oceanen niet ouder zijn dan 12 miljoen jaar.


Bovenstaande lijst laat zien dat erg veel processen in het universum onmogelijk miljarden of zelfs miljoenen jaren aan de gang kunnen zijn. Sterker nog, de meeste terugrekeningen van processen ontrkachten de mogelijkheid op evolutie. Echter, om de evolutiefilosofie te kunnen bewaren heeft men voor al deze (een nog véél meer) problemen hypotheses gevonden die ervoor zorgen dat zij ondanks het tegenbewijs in een oud universum kunnen blijven geloven.

Voor mensen die geloven in een universum dat niet oud is, zoals creationisten, is er geen enkel probleem te vinden in het universum. Ontzettend veel zaken (ook processen op aarde, zoals biologisch verval door mutaties) kunnen bij terugrekening niet langer dan 10.000 jaar aan de gang zijn! Er zijn tientallen voorbeelden te noemen waarin berekeningen duidelijk een jong universum aantoonden – het zijn de evolutionisten die stuk voor stuk de resultaten omzeilen via rare en ongeloofwaardige hypotheses. Juist daarom is het volkomen onterecht te stellen dat evolutionisme wel wetenschappelijk is en het geloof in een jonger universum niet. Evolutionisten moeten talloze onderzoeken en berekeningen naar hun hand zetten om hun geloof in evolutie te kunnen blijven volhouden. Hierop zullen we diep ingaan in hoofdstuk 5, waar we al deze dateringszaken zullen langslopen.

De reden dat wereldwijd verkondigd wordt dat het universum zeer oud is, is dus zeker niet omdat dit blijkt uit observaties en ook niet omdat dit blijkt uit dateringen. Integendeel, de meeste observaties wijzen naar slechts enkele duizenden jaren maar zijn, zoals genoemd, door vergezochte hypotheses van evolutionisten omzeild. De reden hiervoor is dat men zonder een oud universum niet kan geloven in evolutie (lees hierover meer in hoofdstuk 5).


Natuurlijke selectie of ontwerp
Evolutie zegt, zoals we al meermaals hebben gezien, dat alle diersoorten zijn ontstaan en zich aanpassen via het mechanisme van natuurlijke selectie. Hierbij geldt de wet van survival of the fittest. Volgens Darwin stierf de minder aangepaste soort uit waardoor de best aangepaste soort overbleef. Hiermee had hij deels gelijk, want inderdaad gebeurt dit op kleine schaal. Echter, altijd binnen de lijnen van de grondsoort (zie hoofdstuk 1) en bovendien altijd op basis van de reeds bestaande genen.

Kort gezegd zouden volgens evolutionisme de systemen die de grootste kans op overleving hebben overleven en ‘winnen’ van de systemen die de soort kwetsbaarder of zwakker maakt. Maar als we in de natuur kijken zijn er talloze voorbeelden te noemen waar het tegenovergestelde zichtbaar is. Bijvoorbeeld: bacteriën planten zich voort door deling. Er hoeft geen bevruchting plaats te vinden, ze vermenigvuldigen gewoon onder de juiste omstandigheden. Dit is natuurlijk een ontzettend ‘sterk’ mechanisme van voortplanting, want het is niet afhankelijk van twee verschillende organismen, draagtijd, etc. Toch zien we bij de complexere diersoorten dat zij bestaan uit een mannelijk en vrouwelijke soort die samen nageslacht voortbrengen. Dit kost tijd en moeite en zorgt ervoor dat er véél minder snelle voortplanting kan plaatsvinden. Waarom is het oorspronkelijke mechanisme vervangen door een (overigens véél complexer) mechanisme dat in evolutionaire zin alleen maar nadeel heeft? Overigens, er is nog nooit door een evolutionist getracht een verklaring te geven van hoe ongekend ingewikkelde systemen als mitose, meiose etc. die een rol spelen bij de voortplanting geleidelijk ontstaan zouden zijn.

Een soortgelijk probleem zien we bij baby’s. Bijna alle diersoorten op aarde hebben jongen die binnen zeer snelle tijd onafhankelijk van de ouders zijn. Veel jongen staan al binnen enkele uren op de been. Dit zorgt ervoor dat ze minder hulpeloos zijn en een betere overlevingskans hebben. Echter, menselijke baby’s zijn voor jaren echt volkomen hulpeloos. Ze hebben intensieve zorg van de ouders nodig. Evolutionistisch gezien is dit niet logisch. Want stel je eens voor: de primitieve soort die miljoenen jaren geleden toevalsgewijs dit ‘mecanisme’ ontwikkelde, zou zwaar onderdoen aan de soortgenoten die dit mechanisme nog niet hadden. Terwijl de niet-aangepaste soort met gemak kinderen op aarde zette die zó op de benen stonden, moest de aangepaste soort jaren zorg besteden aan één kind. De populatie van de nieuwe groep zou ver achterblijven op de oude groep. Dit soort systemen zijn veel beter verklaard als je gelooft in ontwerp. Zeker als je gelooft dat de Ontwerper een God van liefde is, die het belangrijk vind dat mensen een baby jarenlang liefde en aandacht geven en zo een band van liefde en trouw opbouwen. Overigens, als je in evolutie gelooft is het onbegrijpelijk waar al die ‘hogere’ zaken vandaan komen, zoals liefde.

Dan zijn er ook nog de problemen rond de verschillen tussen soorten. Die wijzen vaak niet op evolutie en gemeenschappelijke afkomst, maar op ontwerp. Een simpel voorbeeld is de sprinkhaan. De oren (of eigenlijk, de gehoororganen) bevinden zich bij veldsprinkhanen op de buik en bij sabelsprinkhanen in de voorpoten. Bij latere (‘hogere’) diersoorten bevinden de gehoororganen zich opeens op het gezicht. Als de twee genoemde sprinkhanen elkaars zeer verwachte broers zouden zijn die voortkomen uit dezelfde voorouder, dan zijn dit soort verschillen in ontwerp onverklaarbaar.

FEIT: Het mechanisme van survival of the fittest gaat vaak niet op. Zo zijn er veel voorbeelden waarin de systemen met de minste overlevingskans overgebleven zouden zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here