Heeft Jezus wel bestaan? Dit is een heel fundamentele vraag, want als aannemelijk gemaakt kan worden dat er nooit een Jezus bestaan heeft zijn we snel klaar. Gelukkig zijn er aardige wat bewijzen te vinden dat Hij er wel degelijk geweest is. die bewijzen vinden we in de zgn buitenbijbelse bronnen. Die bronnen kun je in twee groepen verdelen, de Romeinse bronnen en de Joodse bronnen. De Romeinse bronnen zijn het meest interessant, want die stonden er het verst van af. Maar ook de Joodse bronnen hebben veel te vertellen, omdat ze over het algemeen nogal negatief stonden tav het christelijk geloof. Romeinse bronnen: Tacitus Tacitus was de grootste historicus van het Romeinse rijk. In zijn historische schrift ‘Annalen’ (geschreven 115-117 na christus) staat het volgende geschreven: “nog menselijke hulp en schenkingen van Nero, nog zoenoffers aan de goden konden het schandelijke gerucht dat de brand op bevel was gesticht, de kop indrukken. Om aan dat gerucht een einde te maken schoof de keizer de schuld op de mensen die door hun schanddaden gehaat en door het volk christenen genoemd werden. Hij liet hen op een byzondere manier martelen. Die Christus naar wie deze mensen worden genoemd, was in de tijd van keizer Tiberius door de procurator Pontius Pilatus terechtgesteld. Hun verderfelijke geloof werd daardoor voor korte tijd onderdrukt. Later dook het echter weer op en verbreidde zich niet alleen in Judea, waar het ontstaan was, maar ook in Rome, het trefpunt van alle mogelijke afschuwelijke godsdienstige gebruiken die daar aanhangers vinden. Men greep daarom eerst diegenen die zich openlijk christen noemden, en op hun aanwijzing nam men vervolgens een groot aantal mensen gevangen” Tacitus was absoluut geen christen. Hij was een Romein en verachtte het christendom. Dat maakt dit gedeelte alleen maar onverdachter. Een tegenstander van het christendom vermeldt hier dat Jezus door Pontius Pilatus was terechtgesteld (wat klopt met de Bijbelse gegevens) en dat het christendom tijdelijk de kop ingedrukt was, maar daarna zich als een olievlek verspreidde (ook dit stemt helemaal overeen met wat de Bijbel verteld, zie het bijbelboek Handelingen) Romeinse bronnen: Plinius de jongere Plinius de Jonge geeft het meest volledige en interessante verslag over Jezus. Hij was gouverneur van de provincie Bithynia in Noord-Turkije, gestuurd door keizer Trajanus in het jaar 112 na Christus. In zijn verslagen aan de keizer lezen wij veel over het Christendom. Hij vertelt dat hij overal waar hij kwam in zijn provincie christenen vond. Hun snel groeiend aantal was een belangrijk sociaal en economisch probleem geworden. Afkeuring van godsdienstige zijde en economische sancties waren er niet in geslaagd de opmars te stuiten, totdat Plinius aan de macht kwam en aan zijn superieur rapporteerde dat hij het mogelijk achtte, onder zijn capabel beheer, verandering in deze situatie te brengen. Degenen die het christelijk geloof trouw bleven werden door hem ter dood gebracht; zulke mensen waren duidelijk ongehoorzaam en verdienden te sterven. Maar hij gaf toe dat hij onthutst was over de aard van hun misdaad. Hun hele schuld lag hierin, dat zij weigerden het standbeeld van de keizer te aanbidden, of de beelden van de goden, en dat zij gewoon waren op een bepaalde dag (de zondag) een samenkomst te hebben vňňr het licht werd, waarbij zij lofzangen aanhieven voor Christus, als ware Hij God. Zij legden een eed af om geen misdaden te begaan. Ze leefden voorbeeldig: men vond onder hen geen bedrog, geen overspel, diefstal of oneerlijkheid. Plinius was van zijn stuk gebracht door de kennelijke onschuld van dit alles, vandaar zijn brief aan de keizer. (Plinius, "brieven", 10.96) Ook in de gedeelte wordt over Jezus gesproken. Interessant detail is dat ‘Christus aanbeden werd alsof Hij God was’. verder wordt ook weer gesproken over de enorme snelle groei van het christendom in de 1ste eeuw, en dat ondanks enorme vervolging. Romeinse bronnen: Lucianus van Samosata Lucianus van Samosata leefde van 120 tot 180 na Christus. Hij was advocaat, rondtrekkend spreker, schrijver en keizerlijk bestuursambtenaar in Egypte. In een van zijn schrijfsels ‘de dood van Peregrinus’ drijft hij de spot met de naastenliefde van de christenen en hun minachting voor de dood: “deze mensen zijn in alle gevallen waarbij de hele gemeenschap betrokken is, buitengewoon actief en sparen daarbij kosten nog moeite … Want deze arme mensen hebben het in hun hoofd gehaald te geloven dat zij lichamelijk en geestelijk onsterfelijk zijn en in alle eeuwigheid zullen leven. dit is ook de reden waarom zij de dood verachten en velen van hen zelfs hem vrijwillig aanvaarden. Bovendien heeft hun eerste wetgever (hij bedoeld Paulus) hen geleerd dat ze allemaal broeders van elkaar zullen worden, zodra zij de beslissing hebben genomen de Griekse goden te verloochenen, hun knieën voor die gekruisigde sofist (dat is Jezus) te buigen en volgens zijn wetten te leven” interessant hier is dat hij het heeft over ‘die gekruisigde sofist’. Een sofist was in het oude Griekenland een rondtrekkende leraar, dat klopt aardig met wat we over Jezus weten. Ook lezen we hier nog dat die sofist gekruisigd was. Romeinse bronnen: Suetonius De Bijbel verhaalt in Handelingen 18 over het verbanningsbevel van keizer Claudius. De Romeinse historicus Suetonius schreef biografieën van de Romeinse keizers en in de Claudius-biografie lezen we bij een opsomming van maatregelen die de keizer nam: "De Joden die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten, verdreef hij uit Rome". Suetonius gebruikt de naam Chrestus en niet Christus. Chrestus was een veel voorkomende naam onder slaven. Maar over het bestaan van een jood Chrestus die in Rome optrad weten we niets. Kan het daarom zijn dat we te maken hebben met een verwijzing naar Christus? Joodse bronnen: de Talmoed De Talmoed is een verzameling uitspraken van Rabbi's, die als het ware toelichtingen zijn op de Bijbel. De Talmoed stelt zich op als een vijand van Jezus, maar erkent wel zijn bestaan. Het volgende staat er oa te lezen: Jesu-ha-Notzri (ook wel genoemd Ben Stada, Ben Pantera, Bileam, 'een zeker iemand' en diverse scheldnamen) was het buitenechtelijk kind van Mirja, een kapster, en haar minnaar Pantera of Pandira. Mirjams echtegenoot was Pappas ben Jeduhah, ook wel Stada genoemd. In Egypte heeft Jezus magie gestudeerd; hij verleidde het volk door zijn tovenarij en dwaalleer, hij bespotte de wijzen, schond de sabbat en wierp zichzelf op als God.' Voor het gerecht gebracht werd hij schuldig bevonden en hoewel gedurende veertig dagen een heraut rondging om te vragen of iemand iets te zijnen gunste wilde aanvoeren , meldde zich niemand aan. Daarna werd Jezus gestenigd en te Lydda gehangen. Hij was 33 jaren oud, toen Pinehas Listasa hem liet doden en zijn gericht bestond in 'ziedende modder', het hellevuur. Het blijkt duidelijk dat de Joden maar heel weinig sympathie voor Jezus konden opbrengen. Toch staat er in dit gedeelte interessante informatie: allereerst wordt jezus een tovenaar genoemd, dit impliceert dat Hij wel degelijk wonderen heeft gedaan, dat konden zijn tegenstanders niet ontkennen. Alleen gaven zij er een andere draai aan, zij noemden het tovenarij of magie. Ten tweede wordt ook hier gezegd dat Jezus zichzelf opwierp als God, een feit dat ook in de Bijbel steeds weer terugkomt (zie ook de identiteit van Jezus) Joodse bronnen: Flavius Josephus Flavius Josephus is een heel bekende Joodse geschiedschrijver uit de 1 ste eeuw na Christus. Zijn bekendste werk heet 'Joodse oudheden' en beschrijft de geschiedenis van het Joodse volk vanaf de schepping tot zijn tijd. Veel namen die we in de Bijbel tegenkomen komen we ook in zijn geschriften tegen. Zo lezen we oa over de hogepriester Ananias die misbruik maakte van de dood van de gouverneur Festus - die ook in het Nieuwe Testament genoemd wordt - om Jakobus (de broer van Jezus) te laten ombrengen. Ook andere figuren zoals Johannes de doper en Herodes worden door hem genoemd. ".. leefde daar Jezus .." ook over jezus heeft hij het een en ander geschreven. Zo lezen we
"Te die tijde was er een zekere Jezus, een wijs mens, indien men hem althans een mens noemen mag; want zijn werken waren wonderbaar. Hij onderwees degenen, die gaarne in de waarheid onderricht wilden worden, hij werd gevolgd niet alleen door vele Joden, maar ook door vele heidenen. Deze was de Christus, die door de oversten onzes volks bij Pilatus aangeklaagd en op zijn bevel gekruisigd werd. Doch die hem bij zijn leven gevolgd hadden, verlieten hem na zijnen dood niet; want hij is hun ten derden dage weer levend verschenen, gelijk de goddelijke profeten, onder meer andere wonderlijke dingen, van hem voorzegd hadden. Aan hem is het dat de Christenen, die tegenwoordig nog bestaan, hun naam ontleend hebben." Een heel byzonder gedeelte, jammer genoeg met een kleine complicatie. De meeste Joodse en christelijke geleerden zijn het erover eens dat dit gedeelte authentiek is, alleen dat er waarschijnlijk een paar zinsgedeelten later aan toegevoegd zijn. Zo lijkt het nogal onwaarschijnlijk dat Josephus gezegd zou hebben dat Jezus de Christus was, omdat hij elders zegt dat Jezus alleen maar door zijn volgelingen als de Messias gezien werd. En ook de uitspraak dat hij na 3 dagen weer levend aan zijn volgelingen is verschenen lijkt uit de mond van Josephus niet te kloppen. Maar afgezien van deze 2 punten staan er nog genoeg andere interessante details in dit gedeelte. Zo staat er dat Jezus gekruisigd werd, dat Hij een wijze leraar was en dat Hij veel mensen om zich heen verzameld had. Heeft Jezus bestaan? Op grond van bovenstaande gegevens kunnen we overduidelijk de conclusie trekken dat Jezus heeft bestaan. In grote lijnen blijken de buitenbijbelse bronnen ook goed overeen te stemmen met dat wat we uit de bijbel over Jezus leren. Maar voor de details moeten we toch in de bijbel zelf zijn. |